Bij langere vrijheidsbeperking in de zorg altijd extern advies inwinnen
30 mei 2011 - Het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen in de langdurige zorg moet altijd tijdelijk zijn: zo min mogelijk restrictief, zo kort mogelijk en altijd gericht op afbouwen. Het inwinnen van extern advies zou regel moeten zijn wanneer afbouwen niet of niet snel genoeg lukt. Dat heeft het CCE in een brief laten weten aan de staatssecretaris van Volksgezondheid.
Het CCE reageerde hiermee op een brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer over kamervragen betreffende vrijheidsbeperkende maatregelen in zorginstellingen.
Hierin stelde de staatssecretaris dat het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen bij cliënten in de langdurige zorg soms onontkoombaar is. Hoewel we deze conclusie delen, voegt het CCE hier aan toe dat het altijd om tijdelijke maatregelen zou moeten gaan. In veel gevallen lukt het zorgaanbieders ook uitstekend om frequent of langdurig gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen zelf af te bouwen. Maar waar dat niet lukt, zou het inwinnen van extern advies regel moeten zijn. In het overgrote deel van gevallen is het namelijk goed haalbaar om de vrijheidsbeperkende maatregelen stop te zetten of goeddeels af te bouwen.
Het CCE voert jaarlijks zo’n 1.200 consultaties uit voor cliënten in de hele AWBZ en nog eens 1.300 toetsingen in het kader van de toeslag extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg. In dit werk worden wij zeer regelmatig geconfronteerd met vragen die betrekking hebben op het toepassen en terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Wij beschouwen het langdurig en frequent toepassen van vrijheidsbeperking per definitie als een vorm van handelingsverlegenheid.
Lees de brief aan de staatssecretaris (27 mei 2011)
Lees de Kamervragen en de antwoorden hierop (maart / april 2011)
Lees Vinger aan de pols houden bij complexe zorgvragen (CCE Nieuwsbrief maart 2011)
Naar overzicht


