Zorg op maat vraagt om goede samenwerking

Meisje in raamVoor de meeste mensen met een verstandelijke beperking en (ernstige) gedragsproblemen is er een goede behandel- of verblijfplaats in de langdurige zorg. Voor een kleine groep met buitengewoon ingewikkelde problemen duurt het vaak erg lang om een goede plek te vinden of te creëren.

 

Deze mensen dreigen daardoor tussen wal en schip te vallen. In veel gevallen gaat het om kinderen en jongeren. Het CCE kan helpen bij de zoektocht naar passende zorg. Vaak lukt het dan alsnog om zorg op maat tot stand te brengen. Dat vraagt om een goede samenwerking tussen alle betrokkenen.


Zoeken naar geschikte plek

Kinderen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen blijven vaak zo lang mogelijk thuis wonen bij hun ouders. Voor het kind is dat het beste en het sluit aan bij de wens van de ouders. Daarom zijn er voor deze kinderen maar weinig plaatsen nodig en beschikbaar. Voor kinderen met extreem complexe gedragsproblemen is het niet altijd haalbaar om thuis te blijven wonen. Ouders gaan dan op zoek naar een andere oplossing. Juist omdat er voor deze kleine groep kinderen maar weinig passende plaatsen zijn, krijgen deze ouders al snel te maken met een wachtlijst. Dan kan een crisissituatie ontstaan.

 

Het CCE ziet op jaarbasis circa 20 tot 30 kinderen met een verstandelijke beperking én bijvoorbeeld autisme of niet aangeboren hersenletsel (NAH), voor wie ouders heel moeilijk een geschikte plek kunnen vinden. Voor de meeste kinderen wordt uiteindelijk wel een plaats gevonden, maar er komen ook weer nieuwe kinderen bij. Daarnaast ziet het CCE per jaar zo’n 30 normaal begaafde kinderen met autisme en ernstige gedragsproblemen voor wie het ook heel lastig is om een plaats te vinden.

 

In de psychiatrie zijn zorgaanbieders gericht op behandelen in plaats van op wonen, terwijl deze groep juist behoefte heeft aan een goede woonomgeving. In de gehandicaptenzorg zijn zorgaanbieders niet georiënteerd op normaal begaafde kinderen. Soms wonen deze jongeren in jeugdinstellingen, waar zij na hun 18e niet langer kunnen blijven en lukt het om dezelfde reden niet om een goede plek in een andere zorginstelling te vinden. Het kan dan ook om (jong) volwassenen gaan. Voor hen bestaan in feite geen passende woonvoorzieningen.


Goede samenwerking nodig

Een woon- of verblijfplek moet tegemoet komen aan de specifieke behoeften van kinderen en jongeren met ingewikkelde problematiek en ook op termijn voldoende stabiliteit bieden. Een structurele oplossing bespaart uiteindelijk veel tijd, geld en ellende. Deze draagt ook bij aan de kwaliteit van leven en aan een aanzienlijke vermindering van probleemgedrag.

 

In de praktijk ziet het CCE dat er soms een spanningsveld is tussen wat de zorg kan bieden en wat ouders willen. Het vraagt veel van zorginstellingen om de juiste plek te creëren en tegemoet te komen aan wensen van ouders en familie. Er is passende huisvesting en/of behandeling nodig en een team met goed opgeleide medewerkers die de juiste ondersteuning krijgen. Over de financiering van een speciale voorziening moet een zorginstelling overleggen met het zorgkantoor. Het tot stand brengen van zorg op maat lukt in dit soort situaties alleen als álle betrokken partijen – zoals ouders/familie, zorgprofessionals, managers en zorgkantoor – goed met elkaar samenwerken.


Rol van het CCE

Wat kan het CCE doen in de zoektocht naar de juiste plek? Wij hebben zelf geen behandel- of verblijfplaatsen voor mensen met ernstige gedragsproblemen. Het CCE heeft geen rol als bemiddelaar bij plaatsing van cliënten. Het zorgkantoor is verantwoordelijk voor het realiseren van de benodigde plaatsen in samenspraak met de zorginstellingen.

 

Wat kan het CCE wél doen? Tijdens een consultatie kunnen wij in kaart brengen wat een cliënt nodig heeft. We stellen dan een zogenaamd woon- en/of zorgprofiel op. Verder kunnen zorgaanbieders bij het zorgkantoor een beroep doen op meerzorg (extra geld voor tijdelijke ondersteuning) als dat voor een cliënt nodig is. Het CCE geeft inhoudelijk advies over de aanvragen voor meerzorg van zorginstellingen.
Verder kan het CCE de betrokken partijen om de tafel brengen en meedenken over oplossingen. Denk aan de zorginstelling, familie van de cliënt en het zorgkantoor dat verantwoordelijk is voor de inkoop van passende zorg.

 

Daarnaast participeren we in autisme- en NAH-netwerken om onze expertise te delen en mee te denken over problemen die zich voordoen bij plaatsing van mensen met complexe problematiek. Met organisaties als ZN (Zorgverzekeraars Nederland), het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg), zorgkantoren, brancheorganisaties zijn we regelmatig in gesprek over dit onderwerp.


Wat is nodig

De oorzaak van het probleem is niet een gebrek aan expertise of geld. Er is geen discussie over de vraag wat er precies nodig is. De financiële middelen zijn in principe beschikbaar. Wel kan het zijn dat een zorginstelling aangeeft plaatsen op maat te willen creëren, maar dat het zorgkantoor in de betreffende regio hiervoor geen budget meer heeft. Waar het om gaat is het organiseren van de juiste zorgvoorzieningen voor een relatief kleine groep cliënten verspreid over tientallen zorgkantoorregio’s.

 

De kunst is vooral om mensen en middelen bij elkaar te brengen en het nodige vertrouwen te creëren. Het CCE pleit niet voor een of meer landelijke voorzieningen, maar eerder voor een goede én vroegtijdige regionale samenwerking tussen zorgkantoor en instellingen. Waar nodig kan deze worden aangevuld met een regio-overstijgende samenwerking tussen bij elkaar in de buurt gelegen zorgkantoren en ondersteund door het CCE.


Naar overzicht