Bewoners en medewerkers waren bang voor haar…

Paul KnippersPaul Knippers"Hoe ga je om met agressie?"

Een uiterst agressieve en onbenaderbare vrouw. Zo ervaren zorgverleners haar. Ze slaat van zich af en houdt iedereen uit haar buurt. Het grootste deel van de dag ligt ze op bed. De zorginstelling vraagt advies aan het CCE. Expertise en kennis over probleemgedrag kunnen haar situatie verbeteren en begeleiders helpen haar agressie te voorkomen.

Mevrouw Van Dijk, een zorgzame, hardwerkende moeder van twee zoons, kreeg op 46-jarige leeftijd een hersenbeschadiging. Mensen in haar omgeving ervaren haar sindsdien als een zeer agressieve vrouw. Na verschillende ziekenhuizen, psychiatrische instellingen en verpleeghuizen nam verpleeghuis Zonnehuis haar op. Hoe moeilijk ook, het team van begeleiders wilde er alles aan doen om haar situatie te verbeteren. Maar helaas, na bijna zeven jaar ligt ze het grootste deel van de dag in bed onder een verpleegdeken, een soort trappelzak.
 

Vastgelopen

Bewoners en medewerkers zijn bang voor het agressieve gedrag van mevrouw Van Dijk. Verzorgenden laten haar daarom maar in bed. En als ze in een rolstoel zit, is dat met een plank ervoor. De situatie lijkt dan veilig en onder controle. Arjan Bos, eerst verantwoordelijk verzorgende: “Ze lijdt aan het Wernicke-Korsakov syndroom en ook het organisch psychosyndroom met agressieve impulsdoorbraken. Als team hadden we geen idee meer hoe we haar met de groep mee konden krijgen en hoe we haar meer bewegingsvrijheid konden geven. We waren vastgelopen. Daarom vroegen we advies aan een externe deskundige: het CCE. Er moest toch meer mogelijk zijn om de situatie van deze mevrouw te verbeteren?”

 

Wisselwerking met omgeving

In de visie van het CCE is de omgeving of context sterk bepalend voor het gedrag. Probleemgedrag komt voort uit een negatieve wisselwerking tussen de cliënt en mensen uit de omgeving. Het gedrag van mevrouw Van Dijk is dus niet een kenmerk van haar. Veranderingen in de omgeving kunnen een positief effect hebben op haar gedrag.

Die omgeving bestaat uit meerdere lagen. Een daarvan is de woonomgeving. De inrichting hiervan is bijvoorbeeld direct van invloed op de prikkelverwerking bij mevrouw Van Dijk. Daarnaast is er de sociale omgeving: medebewoners, verzorgenden en familie. Zo blijkt tijdens de consultatie dat de interactie tussen mevrouw en het team van begeleiders bepalend is voor haar gedrag. Bij de organisatorische omgeving tenslotte, speelt de cultuur van de zorginstelling een belangrijke rol. In eerste instantie ligt de nadruk van de verzorgenden vooral op het verplegen van mevrouw Van Dijk. Zij willen dat graag combineren met het verhogen van de kwaliteit van haar leven. Medewerkers zijn bereid daarvoor de noodzakelijke cultuuromslag te maken.      

 

Breed en specifiek kijken

Voor de consultatie van mevrouw Van Dijk zet het CCE drie consulenten in met ieder hun eigen expertise. Om de oorzaak van de agressie te vinden, kijken zij met een brede blik naar de verschillende aspecten uit de omgeving van mevrouw Van Dijk.

 

CCE-coördinator Paul Knippers licht de werkwijze bij een consultatie toe: “Wij kijken breed en multidisciplinair, dus verder dan alleen naar het team dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse zorg. We betrekken daar de inzichten bij van alle betrokken professionals. Dat vraagt veel van de organisatie. Medewerkers hebben dit goed opgepakt. Zij willen vernieuwen, anders doen en leren.”

 

In de situatie van mevrouw Van Dijk onderzocht een van de consulenten de competenties en vaardigheden van het team. Deze keek specifiek welke verbeteringen mogelijk zijn in haar begeleiding. Verzorgende Arjan Bos: “Verzorgenden die haar onbevangen tegemoet traden, hebben volgens de omgangsconsulent minder problemen met haar. Je denkt dat je allemaal hetzelfde doet, maar dat is helemaal niet zo. Dat werd duidelijk uit de video-opnamen die zijn gemaakt terwijl wij haar verzorgden.”

Een gedragsneuroloog bekeek opnieuw het ziektebeeld van mevrouw Van Dijk. Zo bleek de diagnose van mevrouw Van Dijk anders te zijn dan gedacht. Vanwege een status epilepticus had ze een acute beschadiging aan de frontale hersenkwab opgelopen. Dit veroorzaakt decorumverlies en problemen met impulscontrole waardoor agressief gedrag ontstaat. Dat is niet te behandelen, maar in de bejegening kun je daar wel rekening mee houden.

Een derde consulent onderzocht de zintuiglijke prikkels en de wijze waarop mevrouw Van Dijk hierop reageert. Dit heet sensomotorische integratie (SI). Deze SI-therapeut analyseerde het gedrag van mevrouw Van Dijk met video-opnamen om te bepalen waar ze wel en niet goed op reageert.

 

Samenwerking

Paul Knippers vervolgt: “Om de adviezen van het CCE in de praktijk te brengen is samenwerking tussen alle betrokken professionals nodig. Denk aan de psycholoog, arts, ergotherapeut, logopedist, fysiotherapeut, teammanager en locatiemanager.

 

Het echt anders willen doen, is namelijk geen trucje. Een omslag moet je met elkaar doen en voer je stapsgewijs én bewust door. Verplegen en kwaliteit van leven combineren, betekent dat mevrouw Van Dijk uit bed moet, wat nogal wat risico’s met zich meebrengt. En dat eerst de begeleiding op orde moet zijn, voordat maatregelen die haar vrijheid beperken kunnen worden afgebouwd.”

Verzorgende Arjan Bos: “Met elkaar hebben we de video-opnamen geanalyseerd. Al lerende hebben we de goede elementen eruit gehaald en de mindere omgebogen. We zijn ons bewust geworden van onze houding en ons handelen naar mevrouw Van Dijk. Het bekijken van de beelden leverde nieuwe inzichten op. Zo is zitten en staan veel beter voor haar dan liggen. En ze heeft een hoge pijngrens. Als je haar stevig beetpakt, lukt het wel om contact met haar te maken. Op basis van deze analyse is een persoonlijk signaleringsplan opgesteld waarin de interventies per fase duidelijk staan omschreven.”

Met het hele team is besproken hoe de uitvoering in de praktijk vorm krijgt. Hoe kun je de begeleiding verfijnen en voorkomen dat mevrouw overprikkeld raakt. En hoe kun je de spanning bij medewerkers verminderen, want daar reageert mevrouw Van Dijk nogal sterk op. Dat is onder meer gelukt door meer overleg tussen de medewerkers onderling. Het afstemmen van de manier van begeleiden zorgt er voor dat je van elkaar weet wat het beste werkt in de omgang met mevrouw.  


Resultaten

Zowel het verpleeghuis als het CCE kijken terug op een intensief traject met positieve resultaten. Bewoners en medewerkers zijn niet meer bang voor mevrouw Van Dijk. Arjan: “Na de video-opnamen is er nog maar één melding van agressie geweest, in plaats van dagelijks. Mevrouw komt elke dag rond negen uur uit bed. Dan is ze aanwezig in de gemeenschappelijke ruimte en soms loopt ze zelfs zelfstandig. De plank voor de rolstoel wordt nog nauwelijks gebruikt. Ook het gebruik van de ‘trappelzak’ is sterk afgebouwd. Ze speelt piano, gooit met de bal en zwaait af en toe. En ze geniet van wat ze ziet. Ze zoekt niet echt contact met haar medebewoners, maar zoekt ook geen confrontatie. We hebben elkaar weer gevonden, dat geldt voor mevrouw Van Dijk en het team en voor de medewerkers onderling.” 

Paul: “Je ziet dat angst en machteloosheid van medewerkers hebben plaatsgemaakt voor een sterke motivatie om het samen beter te doen. In het begin waren de CCE deskundigen heel sturend, nu hebben de medewerkers de nieuwe koers zelf opgepakt.” En, hoe gaat het nu verder? Arjan: “We gaan anders met de rapportages om, het zijn nu meer signaleringsplannen. Wat we hebben geleerd gaat ook verder de organisatie in. Onze kennis en ervaring is bijvoorbeeld onderdeel geworden van een opleidingstraject voor collega’s. En nog meer goed nieuws: de zoons van mevrouw Van Dijk zijn heel tevreden en voelen zich veel meer op hun gemak als ze bij hun moeder op bezoek zijn.”

 

      

Het CCE neemt deel aan de campagne 'Wees duidelijk over agressie' van sociale partners uit de zorg. Vorig jaar verzorgde het CCE het programma van de regiosessies 'Omgaan met agressie’ voor professionals in de langdurige zorg. Tijdens presentaties en een workshop was er veel aandacht voor de context van het probleemgedrag. Agressie is namelijk niet een kenmerk van de cliënt, maar een gevolg van de wisselwerking met mensen uit de omgeving.

                                          

Naar overzicht