‘De lat komt steeds hoger te liggen’

Rieneke de WitRieneke de Wit over veranderingen en het CCE

Tot nu toe werd ons werkterrein afgebakend door de AWBZ. Vanaf volgend jaar bestaat deze wet niet meer en is de langdurige zorg geregeld in verschillende nieuwe wetten. Het was daarom tijd voor een nieuwe werkafspraak met het ministerie van VWS.

 

Voortaan bedient het CCE alle professionals die vastlopen met een cliënt met probleemgedrag, die vanwege een handicap langdurig van zorg afhankelijk is.

 

‘Het is dus niet langer een wet, maar een inhoudelijke beschrijving die ons werkterrein bepaalt,’ zegt CCE-bestuurder Rieneke de Wit. ‘De problematiek van de doelgroep is leidend. Dat vinden we een goede zaak! De afspraken sluiten nu gewoon beter aan bij de praktijk waarbinnen wij ons bewegen.’

 

Voor het eerst behoort de jeugdzorg nu ook expliciet tot de doelgroep. ‘We blijven de GZ, GGZ en VVT bedienen, maar zijn er nu ook voor de zorgverleners van alle minderjarigen, ongeacht waar zij wonen. Voor deze vier groepen gaan we consultatie en expertise op maat aanbieden aansluitend bij specifieke thema’s die voor hen en hun zorgverleners belangrijk zijn.’

Sinds vijf jaar is Rieneke de Wit bestuurder van het CCE. ‘Een opvallende ontwikkeling is dat het CCE in die tijd omgevormd is van vijf regionale organisaties naar een landelijke organisatie met één bestuur. We hebben onze denk- en werkkracht gebundeld. Dat zie je terug in de vele publicaties en evenementen  op expertisegebied. We investeren  in duurzame resultaten en het voorkomen van probleemgedrag. Natuurlijk steeds samen met de instellingen en de mensen die daar werken.’

‘Wat ik ook een belangrijke ontwikkeling vind, is de toegenomen aandacht voor de relatie tussen probleemgedrag en de fysieke, sociale en organisatorische omgeving van de cliënt. Die aandacht is er in de eerste plaats bij consultaties, maar ook bij de overdacht van expertise. Met het evenement “Kijken in de context” hebben we vorig najaar een platform gegeven aan zes good practices van verschillende instellingen. De komende jaren gaan we “Kijken in de context” verder verdiepen om tot een breed gedragen best practice te komen.’

‘We hebben inmiddels veel ervaring met consultaties. Het delen en verder ontwikkelen van kennis om probleemgedrag te begrijpen en voorkomen is naar verhouding nog een jonge activiteit. We zijn daar heel intensief mee bezig. Het kan gaan om zeer specifieke onderwerpen zoals bijvoorbeeld zelfverwondend gedrag. Daarnaast is dus de context veel meer in beeld gekomen en kunnen we instellingen feedback geven over de organisatie van de zorg. Dat is belangrijk omdat probleemgedrag vrijwel altijd voortkomt uit een wisselwerking tussen de cliënt en zijn omgeving.’

‘We vinden het belangrijk om te reflecteren op onze eigen manier van werken. Dat draagt bij aan de kwaliteit en overdraagbaarheid van ons werk. Bovendien willen we onze consultatiepraktijk graag verbinden met  onderwijs en onderzoek. Dat onderzoek doen we niet zelf, maar op basis van onze casuïstiek kun je wel hypotheses formuleren over “wat werkt”. Bijvoorbeeld over succesvolle interventies bij mensen met  eetstoornissen én een vorm van autisme. Op basis van zo’n hypothese kan een onderzoeker vervolgens aan de slag.’

‘Ik verwacht dat de lat steeds hoger komt te liggen. De afgelopen jaren zijn verwanten van cliënten en de cliënten zelf steeds nadrukkelijker partner in de zorg geworden. De komende jaren neemt dat alleen maar toe, een deel van de cliënten zal immer langer thuis blijven wonen. Dat stelt nieuwe eisen aan de manier waarop het CCE werkt. En zo zal het blijven gaan. We zijn ambitieus en willen onszelf blijven vernieuwen om de professionals in de verschillende sectoren goed te blijven bedienen. Ik ben ervan overtuigd dat dat zal lukken, want de voordelen en mogelijkheden van het CCE-concept zijn nog lang niet uitgeput!’

Dit interview verscheen in het nieuwe CCE Magazine met het thema 'Verandering in de zorg'. U kunt dit magazine gratis bestellen of downloaden.


Naar overzicht