Eerste resultaten CCE promotieonderzoek ‘Organisatiecontext en probleemgedrag’

UI MODEL AFBEELDINGDe eerste resultaten van het promotieonderzoek ‘Invloed van de organisatiecontext op probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke beperking’ zijn gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen (NTZ).

 

Het promotieonderzoek door Vanessa Oliver-Pijpers gaat over de invloed van de organisatiecontext op zorgprofessionals, cliënten en hun (probleem)gedrag. Het is een samenwerking tussen het CCE en ESHPM (Erasmus School of Health Policy and Management, Erasmus Universiteit).

 

Eerste publicatie

De publicatie in NTZ geeft een grondig literatuuronderzoek weer. Het literatuuronderzoek laat de stand van zaken in de Engelstalige, internationale wetenschappelijke literatuur zien wat betreft de organisatiecontext en begeleiding en behandeling van mensen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er nog veel onbekend is over hoe de organisatiecontext zorgprofessionals, cliënten en hun gedrag beïnvloedt. Het wetenschappelijk onderzoek naar organisatiecontext dat is gedaan, richt zich vooral op thema’s zoals leiderschap, cultuur of specifieke begeleidings- / bejegeningsmethode in relatie tot organisatiecontext. Maar uit het literatuuronderzoek blijkt ook dat visie, personeelsbeleid en machtsverhoudingen gedrag en handelen van professionals en cliënten beïnvloeden. Deze onderwerpen komen nog nauwelijks in onderlinge samenhang aan de orde in onderzoek.

 

Lees de samenvatting van het literatuuronderzoek

 

5 delen

Om meer zicht te krijgen op (de invloed van) de organisatiecontext is het promotieonderzoek uit 5 delen opgebouwd. Het eerste deel is het literatuuronderzoek. Het tweede deel is een kwalitatief onderzoek onder managers, gedragskundigen en teamleiders, dat bijna is afgerond. Op het moment interviewen de onderzoekers ook cliënten en cliëntvertegenwoordigers. Daarnaast worden twee organisaties in de verstandelijk gehandicaptenzorg, die samenwerken met het CCE, gevolgd. Ten slotte zal er een meer kwantitatief onderzoek in 2018/2019 plaatsvinden.

 

CCE en Probleemgedrag in Context

Bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) kunnen zorgprofessionals en anderen terecht voor expertise over ernstig en aanhoudend probleemgedrag. Het gaat om probleemgedrag bij personen met blijvende stoornissen en beperkingen (bijv. mensen met verstandelijke beperkingen, autisme, dementie of niet-aangeboren hersenletsel).

Het CCE ziet probleemgedrag als gedrag dat ontstaat doordat er iets niet goed gaat tussen de persoon (met zijn specifieke kwetsbaarheden) en zijn omgeving. Er is sprake van een negatieve interactie. Het CCE ziet probleemgedrag niet als iets wat bij bepaalde aandoeningen hoort, maar als gedrag dat ontstaat in interactie met mensen en/of materialen in de context. Dat noemen we  ‘Probleemgedrag in Context’.

 

 

Samenvatting – literatuuronderzoek ‘Organisatiecontext en Probleemgedrag’

 

Inleiding

De organisatiecontext van residentiële voor­zieningen is mogelijk van invloed op het optreden, voorkomen en begeleiden bij pro­bleemgedrag vertoond door mensen met een verstandelijke beperking (VB).

 

Probleemstelling

Deze studie beoogt mogelijke relaties te verkennen tussen organisatiefactoren en de ondersteuning bij probleemgedrag aan bewo­ners met een verstandelijke beperking.

 

Methode

Literatuuronderzoek van relevante Engelstali­ge artikelen gepubliceerd in de internationale literatuur tussen 2000–2016. Zoektermen waren: ‘intellectual disability’, ‘challenging be­haviour’, and ‘organization’. Bronfenbrenners ecologisch model diende als ordeningskader.

 

Resultaten

In de literatuur genoemde relaties betreffen: (1) kenmerken van de cliënten (niveau van adaptief functioneren, mate van probleem­gedrag) (ontosysteem); (2) opvattingen en aannames van medewerkers over compe­tenties en probleemgedrag van bewoners en interacties tussen medewerker en bewoner (microsysteem); (3) sociale netwerk van be­woners en relaties tussen begeleiders onder­ling (mesosysteem); (4) beleid in de praktijk, prestatiemonitoring, implementatie van methoden, personeelsbeleid, leiderschap, missie, cultuur, omvang en organisatiemo­del (exosysteem); (5) de-institutionalisering, gehandicaptenzorgbeleid, zorgfinanciering, maatschappelijke structuren en visie (ma­crosysteem), en (6) ontwikkelingen van de dienstverlening door de tijd heen (chronosy­steem).

 

Conclusies

Het is van belang om de organisatiecontext vanuit een ecologisch perspectief te bezien en vorm te geven zodat dat de bewoner met een VB en probleemgedrag en zijn directe om­geving, het begeleidend team, centraal staan in de organisatie. Verder onderzoek is nodig om bevorderende en belemmerende factoren in dit verband te identificeren.

 

Voor het volledige artikel kunt u contact opnemen met: http://www.ntzonline.nl/nl/ of ...

 

 

Auteurs

Vanessa Charissa Olivier-Pijpers is werkzaam als science practitioner bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), Australiëlaan 14, 3526 AB Utrecht en buitenpromovenda bij Erasmus School of Health Policy and Management (ESHPM), Erasmus Universiteit Rotterdam.

Jane Murray Cramm is Associate Professor aan de Erasmus School of Health Policy and Management (ESHPM), Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wil H. E. Buntinx is Gz-psycholoog en zelf­standig onderzoeker in Maastricht.

 

Anna Petra Nieboer is Professor of Socio-Medical Sciences aan de Erasmus School of Health Policy and Management (ESHPM), Erasmus Universiteit Rotterdam.


Naar overzicht