Middagsymposia over samenwerken in de ouderenzorg

IMG_3739Samenwerken met familie in de ouderenzorg is een thema dat veel mensen aanspreekt. Dit jaar verzorgde het CCE drie maal het middagsymposium 'We doen het samen -  over samenwerken met familie in de ouderenzorg'.


‘We krijgen er vanuit verschillende rollen allemaal mee te maken. Als familie, als mantelzorger of als zorgprofessional’, aldus Ans Hilberink, regiodirecteur CCE. Zij verwelkomt de bijna 80 zorgprofessionals bij het eerste middagsymposium op 10 juni in Zwolle. Ans Hilberink: ‘In de samenwerking met elkaar heeft iedereen een ander perspectief. In complexe situaties kan dat soms botsen. Dat vraagt van professionals dat je open staat voor de ander en rekening houdt met elkaars rollen. Ook krijg je vaak te maken met ethische aspecten. Daar gaat deze middag over.’

 

Ouderen en naasten. Een knellend verband?

Dr. Dorothea Touwen, onderzoeker en docent medische ethiek Leids Universitair Meidisch Centrum, heeft veel onderzoek gedaan op het gebied van ouderengeneeskunde en de rol van familie. Zij gaat in gesprek met de zaal over een aantal complexe situaties waarin spanning ontstaat tussen de belangen van de verschillende betrokkenen. Zo belicht zij onder meer de casus van meneer Van der Zee (82). Hij heeft de ziekte van Alzheimer en verblijft in een verpleeghuis. In het verleden was hij hoogleraar politicologie en overtuigd vegetariër.

 Meneer Van der Zee houdt erg van lekker eten en geniet tegenwoordig vooral van vleesgerechten. Zijn zoons zijn er fel op tegen dat hun vader vlees eet en vragen aan de verzorgers om hem dat niet meer te geven. Zo kan een conflict tussen familie en zorgverlener ontstaan. De eerste reactie van de verzorgers is “laat die man toch zijn gehaktbal eten”, maar de zoons houden voet bij stuk. Zij willen niet dat hun vader vlees krijgt. Gevolg is dat meneer Van der Zee nu tijdens de maaltijd de gehaktballen van zijn buurvrouw probeert af te pakken… Uiteindelijk zijn betrokkenen met elkaar tot de oplossing gekomen om meneer Van der Zee goede vegetarische alternatieven voor te schotelen.


IMG_3751In dit voorbeeld speelt het verschil tussen de zogenaamde ‘criticial interests’ (essentiële belangen) en ‘experiential interests’ (ervaringsbelangen) van Ronald Dworkin (Life’s Dominion 1993). Essentiële belangen gaan over de dingen die van wezenlijk belang zijn in iemands leven, dingen die iemand beschouwt als vormend voor zijn leven. Ervaringsbelangen gaan over dingen die een mens direct ervaart, die iemand prettig vindt om te doen. De essentiële belangen zijn de belangen die er uiteindelijk meer toe doen. Uiteindelijk zal een mens zijn essentiële belangen hoger waarderen en prioriteit geven.

 Zoals blijkt uit de casus kan er bij iemand die wilsonbekwaam is geworden spanning ontstaan tussen de ervaringsbelangen in het nu en de essentiële belangen van vroeger. Vegetarisme was een essentieel belang van meneer Van der Zee. Daarom is bij het zoeken naar een oplossing nadrukkelijk rekening gehouden met de visie van zijn zoons.

 Conclusie van Dorothea Touwen is dat familie en cliënt onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Voor de professionals is het belangrijk de zorg te richten op het handhaven van de band met familie vanuit de gemeenschappelijke betrokkenheid en visie op wat goed is voor de betrokken persoon. Daarbij is het goed om begrip te hebben voor emoties en patronen waarin familieleden kunnen vervallen. De kunst is om niet te denken in partijen, maar ‘Wat is goed om te doen?’.

 

Samenwerken met de mantelzorger

Ita van Dijk schetst een beeld van de levensgeschiedenis van haar inmiddels overleden moeder. Als dochter en mantelzorger was zij nauw betrokken bij de laatste twaalf jaar dat haar moeder aan dementie leed. Zij vertelt over de mooie momenten aan de hand van dierbare voorwerpen uit haar moeders tas. Een mooie blauwe zijden sjaal roept herinneringen op aan het samen kleren kopen en een kopje koffie drinken aan de IJssel. Leven in het hier en nu en samen genieten staan voorop. Door de dementie heeft Ita haar moeder beter leren kennen omdat zij veel vertelde over herinneringen uit haar jeugd. ‘Sommige familieleden beseffen niet hoe belangrijk ze zijn voor hun naaste met dementie. Zij geven een gevoel van vertrouwen. “Jij bent eigen”, zei mijn moeder tegen mij’, aldus Ita van Dijk.

Het leven als mantelzorger was niet altijd makkelijk. De boodschap van de activiteitenbegeleidster die belde dat haar moeder werd overgeplaatst naar een andere groep kwam hard aan. Ita: ‘Ik wilde niet dat ze achteruit ging. Eigenlijk ben je twaalf jaar in de rouw. Je wilt geen nieuw huis zoeken voor je moeder, maar het moet. Voor verzorgenden is het belangrijk om dat te beseffen.'

'De laatste dagen voor het overlijden van mijn moeder waren heel indringend, dierbaar en bijzonder. Ik was toen dag en nacht bij haar. Het was mooi om te zien hoe mijn moeder verzorgd werd. Toen pas realiseerde ik me hoeveel verzorgenden eigenlijk doen. Het is zo belangrijk om veel met elkaar te praten, tijdens het mdo (multidisciplinair overleg) en op andere momenten.’ Ita van Dijk besloot haar indrukwekkende verhaal met de woorden: ‘Ik heb veel bewondering voor jullie!.’

 

Workshops

Na dit plenaire gedeelte kon men aan twee workshops naar keuze deelnemen:


Workshop 1 Werken met levensverhalen


Mieke Swennen is GZ-psycholoog en systeemtherapeut. Zij heeft onderzoek gedaan naar de betekenis van levensverhalen. Werken met levensverhalen krijgt steeds meer aandacht in de zorg voor ouderen. Het voegt een dimensie toe aan de informatie die in het dossier beschreven staat. Wanneer je iemands verleden kent, kun je je beter op hem of haar afstemmen. Bij moeilijk verstaanbaar gedrag, kan kennis over het geleefde leven een nieuw licht werpen op de achtergrond van dat gedrag. Dat biedt vaak nieuwe mogelijkheden in de benadering van die persoon en dan krijgt het gedrag een andere betekenis.

Mieke Swennen staat stil bij de uiteenlopende betekenissen die het levensverhaal van een cliënt kan hebben voor de verschillende betrokkenen. In de eerste plaats is dat de betekenis voor de persoon zelf. Maar het verhaal is ook van betekenis voor de verzorgenden op de afdeling, voor de partner en voor familieleden.
Tijdens de workshop gaat zij in gesprek met de deelnemers over de volgende vragen: Hoe kun je op een praktische manier aandacht schenken aan het levensverhaal van cliënten in de dagelijkse praktijk? Op welke manier kun je hiermee beginnen? Hoe kun je als familie en verzorgenden samenwerken bij het in kaart brengen van het levensverhaal? Welke middelen zijn hiervoor geschikt? Wat vraagt het van de mensen die hiermee aan het werk gaan? Wat levert het op?

 

Workshop 2 Samenwerken in de Dynamische Driehoek

Hoe ga je als professional om met de familie van een cliënt? Samenwerken in de driehoek van cliënt-familie-professional is een dynamisch proces dat heel complex kan zijn. Deelnemers aan deze workshop ondervonden dat aan den lijve. Trainers Betty Geijtenbeek en Loes Everts vragen de deelnemers om zich in groepen van drie personen afwisselend in te leven in de rol van de cliënt, de familie en de professional.

dynamische driehoek

Deze ‘stoelendans’ blijkt een mooie praktijkoefening te zijn om te ervaren hoe mensen naar elkaar kijken en vanuit welk perspectief. Vanuit elke rol beleven betrokkenen een situatie anders. Begrip voor elkaars perspectief maakt het mogelijk om te werken aan oplossingen.

 

Uit de oefening wordt duidelijk dat het best lastig is om vanuit een heel andere rol naar een bepaalde situatie te kijken. Je krijgt te maken met andere emoties en dat kan het complex maken. Een van de deelnemers geeft aan dat je de neiging hebt om meteen een oplossing te bedenken. Soms is het goed die oplossing even los te laten en eerst elkaars perspectieven te bespreken en elkaars emoties te erkennen. Dat schept ruimte voor samenwerking die het mogelijk maakt om oplossingen te bedenken.

Kijk voor meer informatie op www.dedynamischedriehoek.nl

 

Workshop 3 Ethische vraagstukken in de ouderenzorg

Tijdens deze workshop gaat Dorothea Touwen onder meer in op de implicaties van een aantal gebruikelijke definities van ethiek. Ook schetst zij verschillende moralen (privé, publiek en professioneel). Die verschillen gelden ook als het gaat om normen en waarden en de betekenis daarvan in de omgang en samenwerking tussen familie en zorgverlener.

Samen met de aanwezigen doorloopt zij een stappenplan (“Utrechtse methode”) voor een moreel beraad bij een complex vraagstuk. Welk moreel probleem speelt in de casus? Wat moeten we doen? Welke praktische mogelijkheden zijn er? Welke informatie is nog nodig? Wie zijn (moreel) betrokken? Welke voor- en tegenargumenten kunnen worden aangevoerd en wat is hun gewicht? En wat is de conclusie voor wat we nu gaan doen?

 

Workshop 4 Leren van casussen: ‘Nachtrust voor Louis’

IMG_3767Angèle Morren, GZ-psycholoog en CCE consulent, en Simone ten Napel, verpleegkundige, coach, supervisor en CCE consulent presenteren de casus ‘Nachtrust voor Louis’. Deze casus is systematisch beschreven op ‘Leren van Casussen’.

De casus bavat onder meer een interview met de broer van Louis over zijn levensgeschiedenis. Hieruit blijkt hoe belangrijk de inbreng van familie is voor het proces van de beeldvorming.

Louis is 78 jaar en woont in een verpleeghuis. ’s Nachts slaapt hij onrustig en is hij verbaal en fysiek agressief naar begeleiders. Overdag vertoont hij claimend gedrag. Nadat de situatie van Louis is geschetst, vragen de workshopleiders aan de aanwezigen hoe zij aan de slag zouden gaan met deze vastgelopen situatie.

 

VervolgIMG_3779ens vertellen zij wat ze hebben onderzocht om tot de juiste beeldvorming van Louis te komen. Uit het gesprek met zijn broer komt naar voren dat Louis op jonge leeftijd een aantal traumatische gebeurtenissen heeft meegemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog toen hij negen jaar was vielen de bommen achter hun ouderlijk huis in Arnhem. Kort daarna werd het gezin geëvacueerd naar Friesland en werd Louis gescheiden van zijn ouders.

Deze traumatische ervaringen zijn bepalend voor de ontwikkeling van de rest van zijn leven en zijn gevoel voor (on)veiligheid.


Deelnemers denken mee over de mogelijke interventies. Angèle Morren vertelt wat er onder meer is gedaan om de situatie van Louis te verbeteren. Om zijn nachtrust te verbeteren krijgt hij ’s avonds minder te drinken en gaat hij later naar bed. Een knuffelbeer zorgt ervoor dat hij zich ’s nachts veiliger voelt. Zijn begeleiders worden gecoacht om tegelijkertijd duidelijk én geruststellend te zijn naar Louis. Diverse – sommige relatief eenvoudige - interventies hebben geleid tot een betere kwaliteit van zijn leven.

 

Bekijk deze casus op Leren van Casussen


Naar overzicht