Terugdringen van vrijheidsbeperking: de lat ligt steeds hoger

Wat ziet het CCE - drie jaar na Brandon - als het gaat om het terugdringen van vrijheidsbeperking bij cliënten met ernstig probleemgedrag? Het CCE signaleert dat steeds meer instellingen in de langdurige zorg ‘nee’ zeggen tegen vrijheidsbeperking en op zoek gaan naar andere oplossingen. Zorginstellingen leggen de lat steeds hoger in de zoektocht naar alternatieven en een beter perspectief voor cliënten.

Tegelijkertijd bereiden zorginstellingen zich voor op de invoering van nieuwe wetgeving over dwang in de zorg. De wetsvoorstellen schrijven voor dat instellingen (externe) specialisten inschakelen als minder vrijheidsbeperking niet lukt. Dat kan een collega uit de eigen organisatie zijn, een vakgenoot van een collega-instelling of een externe deskundige zoals het CCE. Wij juichen het toe dat zorgverleners iemand anders mee laten kijken als zij geen andere oplossing meer zien. Dat getuigt van professionaliteit.

Een stap verder gaan
Het komt nog steeds voor dat zorgverleners soms geen andere mogelijkheid meer zien dan cliënten met ernstig probleemgedrag te beperken in hun vrijheid. Als dat langdurig en frequent plaatsvindt, kun je spreken van handelingsverlegenheid. Op verzoek van zorginstellingen, familie van een cliënt of de inspectie worden wij regelmatig gevraagd om te adviseren over zo’n vastgelopen situatie. Samen kijken we dan naar mogelijke alternatieven voor een beheersmatige aanpak van problemen. Het terugdringen van vrijheidsbeperking begint altijd met het voorkomen van probleemgedrag. Niet alleen het gedrag nemen we onder de loep, maar ook de invloed van de organisatie in brede zin op het gedrag van de cliënt.


Met een consultatie proberen we weer een beter leefbare situatie te creëren. De laatste tijd zien we een grote bereidwilligheid bij instellingen om samen met het CCE nog een stap verder te gaan. Bijvoorbeeld om een-op-een-begeleiding af te bouwen naar intensieve begeleiding en de leefsituatie van de cliënt verder te verbeteren.

De beste oplossing bestaat niet
Vaak wordt ons gevraagd wat de beste oplossing is voor het verminderen van vrijheidsbeperking en het omgaan met ernstig probleemgedrag van cliënten. Het antwoord is eenvoudig: ‘er zijn geen pasklare en ideale oplossingen’. Wondermiddelen bestaan niet:  je moet altijd goed en op maat kijken wat nodig is voor de cliënt en mensen in zijn omgeving. Bij CCE-consultaties gaan we systematisch te werk. We starten met een grondige analyse van de situatie van de cliënt in relatie tot zijn omgeving. Vervolgens geven we advies over de mogelijke aanpak. Ook kijken we naar het effect van onze adviezen. Een advies voor een nieuwe aanpak kan alleen succesvol zijn als deze aansluit op de behoeften van de cliënt en past bij de instelling waar de cliënt verblijft.


Het CCE doet regelmatig onderzoek naar het effect van consultaties. Daarbij wordt ook gekeken naar het effect van de consultaties op de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen. Uit  het laatste onderzoek (mei 2012) blijkt dat - bij aanmelding - vrijheidsbeperking bij 60% van de onderzochte consultatie-vragen voorkomt. Na afloop van de consultaties is de mate van de vrijheidsbeperking - frequentie, duur en ernst van maatregel - betekenisvol en statistisch significant afgenomen. Uit dat onderzoek blijkt bovendien dat teams zich na advisering door het CCE beter toegerust voelen om het probleemgedrag van de cliënt te hanteren. Dat is een belangrijke voorwaarde om de vrijheidsbeperking verder af te kunnen bouwen en nieuwe escalatie te voorkomen.


Voorkomen beter dan genezen

Vrijheidsbeperking is een reactie op probleemgedrag. Daarom is het niet alleen belangrijk om aandacht te besteden aan  het afbouwen van vrijheidsbeperking, maar ook aan  het begrijpen en voorkómen  van probleemgedrag. We zien dat zorginstellingen op dat punt graag willen leren van de kennis en ervaring van anderen. Het CCE ondersteunt deze zoektocht, bijvoorbeeld door instellingen een platform te bieden voor goede praktijkvoorbeelden. De website ‘Leren van Casussen’ en het project ‘Kijken in de context’ illustreren dat.


Kijken in de context’ gaat over de invloed van de organisatie op probleemgedrag bij cliënten met een verstandelijke beperking. Eigenlijk gaat het om het voorkómen van probleemgedrag dat zou kunnen worden uitgelokt, versterkt of in stand gehouden door de manier waarop de zorg is georganiseerd of uitgevoerd wordt. De werkdag ‘Kijken in de context’ in het najaar van 2013 bood instellingen een platform voor het uitwisselen van meningen, veronderstellingen, ervaringen, wensen en gevoelens. De ‘good practices’ die zorginstellingen daar presenteerden, geven nieuwe inzichten en stimuleren professionals om binnen hun eigen organisatie verder te praten en aan de slag te gaan.


Investeren in preventie
Dit jaar krijgt ‘Kijken in de context’ een vervolg door dieper in te gaan op de organisatorische aspecten die van invloed zijn op het probleemgedrag van cliënten binnen de gehandicaptenzorg. Dit gaan we verder uitwerken met experts en professionals uit de praktijk. Zo kan een ‘best practice’ ontstaan, een manier van werken die zich in de praktijk effectief heeft bewezen en de kwaliteit van zorg verbetert. Daarmee wil het CCE de lat hoger leggen: investeren in de preventie van probleemgedrag en vrijheidsbeperking. Alleen door de handen ineen te slaan en de krachten te bundelen kunnen we een stap verder komen.


Naar overzicht