Angina pectoris en hartinfarct (coronaire hartziekten)

Wat zijn coronaire hartziekten?

Coronaire hartziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door afwijkingen in de kransslagaders. Deze veroorzaken pijn op de borst. Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in angina pectoris en acuut hartinfarct.

 

  1. Angina pectoris wordt veroorzaakt door aderverkalking (atherosclerose). Hierbij ontstaan vernauwingen in de kransslagaders. De kransslagaders zorgen voor de aanvoer van zuurstofrijk bloed naar de hartspier.
  2. Van een hartinfarct of myocardinfarct is sprake als een deel van de hartspier (het myocard) afsterft nadat de bloedtoevoer naar dat deel is afgesneden. De oorzaak hiervan is meestal een bloedstolsel (trombus) of een stukje van een gescheurde atherosclerotische plaque. Het stolsel of het stukje plaque kan in de loop van een paar dagen oplossen, maar dan is meestal al onherstelbare schade aan de hartspier toegebracht.

 

De risicofactoren voor coronaire hartziekten zijn: roken, vetrijk dieet, suikerziekte, hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, overgewicht en een voorgeschiedenis van een hartziekte of het veel voorkomen van hart- en vaatziekten in de familie. 516

 

Welke klachten geven coronaire hartziekten?

Pijn op de borst is een kenmerk van beide diagnosen. Bij angina pectoris komt de pijn doorgaans bij inspanning en verdwijnt weer in rust. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn in de borst die lang aanhoudt.


De pijn kan uitstralen naar de keel, hals, armen, rug en de bovenkant van de buik. De meeste patiënten hebben last van ademnood of benauwdheid en een beklemmend en zwaar gevoel. Daarnaast kunnen symptomen optreden als flauwvallen, zweten, een bleke huid, angstgevoelens, misselijkheid en braken. 516


Deze onprettige beleving kan, vooral bij mensen die hierover niet adequaat kunnen communiceren, geuit worden met een gedragsverandering. In een studie naar de klachten bij hartinfarct bij mensen met een verstandelijke beperking bleek dat meer dan de helft van de patiënten de klachten op een atypische manier uitte. Men klaagde bijvoorbeeld over buikpijn, misselijkheid, wrijven over de buik, duizeligheid, niet lekker voelen en bij twee mensen werden de klachten in eerste instantie (per abuis) gezien als epileptische aanval. 517


Het kan echter ook gebeuren dat er bij een hartinfarct geen enkel verschijnsel is. Dan gaat het om een 'stil' hartinfarct.

 

Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor in de algemene bevolking? 220 , 221

Op 1 januari 2011 waren er naar schatting 604.500 mensen met een coronaire hartziekte in Nederland. Voor mannen was de prevalentie op dat moment 4,7% en voor vrouwen 2,6%.  Coronaire hartziekten zijn voor mannen de tweede doodsoorzaak (na longkanker). Voor vrouwen zijn ze de derde doodsoorzaak (na dementie en beroerte). De sterfte aan hart- en vaatziekten daalt de afgelopen 30 jaar sterk. Dit komt deels door preventie (eten van meer groente en fruit en minder verzadigd vet, niet-roken en meer bewegen, afvallen), maar vooral door verbeteringen in de gezondheidszorg, waardoor mensen beter behandeld worden en minder vaak overlijden aan een hartinfarct. 518


Bij hart- en vaatziekten wordt structureel onderzoek gedaan naar de incidentie, het aantal nieuwe gevallen per jaar. De incidentie van coronaire hartziekten bij mensen van 50 jaar en ouder is 7.26 per 1000 persoonsjaren.  517   518

 

Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor bij mensen met een verstandelijke beperking?

In een Nederlands onderzoek in twee instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking (510 cliënten van 50 jaar en ouder) bleek dat de life-time prevalentie van een hartinfarct 5,7% was. In de huisartsenpopulatie van 50 jaar en ouder waarmee dit werd vergeleken, was dat 4,4%, wat niet significant verschillend was. 222


De incidentie van coronaire hartziekten (hartinfarct en angina pectoris) is in de populatie ouderen met een verstandelijke beperking gelijk aan die in de algemene populatie ouderen 6.45 per 1000 persoonsjaren, wat niet significant verschillend is met de algemene populatie.  517


Hart- en vaatziekten (waaronder coronaire hartziekten) zijn ook voor mensen met een verstandelijke beperking een belangrijke doodsoorzaak. 517   224


Echter, in deze groep daalt de sterfte niet zoals in de algemene bevolking (zie boven). 225

 

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten, waaronder coronaire hartziekten, komen bij deze groep vaak voor.


Uit Nederlands onderzoeken onder ouderen (>50 jaar) met een verstandelijke beperking blijkt dat vrijwel iedereen onvoldoende fruit en groente eet en onvoldoende beweegt.  226   519   520   521
Ook de risicofactoren overgewicht, suikerziekte, hoge bloeddruk en te hoog cholesterol komen vaak voor. 226   522   523
Daarnaast gebruiken mensen met een verstandelijke beperking veelvuldig gedrag beïnvloedende medicatie, waarvan bewezen is dat sommige van deze medicamenten het risico op een hartinfarct aanzienlijk vergroten.  517

 

Mensen met een lichtere verstandelijke beperking, die zelfstandiger leven en zelfstandiger keuzes kunnen maken m.b.t. boodschappen doen en koken, hebben meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten dan mensen die dat niet zelfstandig kunnen. 226   522   523


Voor mensen met het downsyndroom geldt dat, ondanks de hoge risicofactoren voor hart- en vaatziekten (onder andere overgewicht en verhoogd cholesterol), het voorkomen van hart- en vaatziekten verassend laag is. 227


Atherosclerose zou bij deze groep minder vaak voorkomen door lage bloeddruk, weinig nicotinegebruik, een bescherming door het extra chromosoom 21 en eventueel door het gunstige effect van Thyroxine wanneer de persoon behandeld wordt voor hypothyreoidie.


Naast de genoemde risicofactoren zijn hart- en vaatziekten geassocieerd met epilepsie 228 en met slaapstoornissen. 229

3,60% Algemene bevolking
5,70% Mensen met een verstandelijke beperking

516

Rutten F, Bakx C, Bruins Slot M, van Casteren B, Derks C, Rambharose R, Burgers J, Wiersma T, Mensink P, Bouma M. NHG-Standaard Acuut coronair syndroom (eerste herziening). Nederlands Huisartsen Genootschap, 2012

517

De Winter CF, van den Berge AP, Schoufour JD, Oppewal A, Evenhuis HM. A 3-year follow-up study on cardiovascular disease and mortality in older people with intellectual disabilities. Res Dev Disabil. 2016 Jun-Jul;53-54:115-26

220

Feskens EJM (WUR), Merry AHH (UM), Deckers JW (Erasmus MC), Poos MJJC (RIVM). Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Gezondheid en ziekte\ Ziekten en aandoeningen\ Hartvaatstelsel\ Coronaire hartziekten, 2006.

221

Poos MJJC (RIVM). Welke doodsoorzaken nemen toe en welke nemen af? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http:// www.nationaalkompas.nl> Gezondheid en ziekte\ Sterfte, levensverwachting en DALY’s\ Sterfte naar doodsoorzaak, 2008.

518

RIVM. Volksgezondheid toekomstverkenning. Nationaalkompasvolksgezondheid. www.volksgezondheidenzorg.info 2016

222

Jansen J, Rozeboom W, Penning C, Evenhuis HM. Prevalence and incidence of myocardial infarction and cerebrovascular accident in ageing persons with intellectual disability. J Intellect Disabil Res. 2013 Jul;57(7):681-5

224

Patja K, Eero P, Iivanainen M. Cancer incidence among people with intellectual disability. J Intellect Disabil Res. 2001 Aug;45(Pt 4):300-7.

225

Draheim CC. Cardiovascular disease prevalence and risk factors of persons with mental retardation. Ment Retard Dev Disabil Res Rev. 2006;12(1):3-12. Review.

226

De Winter CF, Magilsen KW, van Alfen JC, Penning C, Evenhuis HM. Prevalence of cardiovascular risk factors in older people with intellectual disability Am J Intellect Dev Disabil. 2009 Nov;114(6):427-36.

519

Hilgenkamp TI, Reis D, van Wijck R, Evenhuis HM. Physical activity levels in older adults with intellectual disabilities are extremely low. Res Dev Disabil. 2012 Mar-Apr;33(2):477-83

520

Bastiaanse LP, Vlasveld G, Penning C, Evenhuis HM. Feasibility and reliability of the Mini Nutritional Assessment (MNA) in older adults with intellectual disabilities. J Nutr Health Aging. 2012;16(9):759-62

521

Evenhuis, HM (red). Gezond ouder met een verstandelijke beperking. Resultaten van de GOUD-studie 2008-2013. Wetenschappelijk rapport. 2014, Erasmus MC

522

De Winter CF, Bastiaanse LP, Hilgenkamp TI, Evenhuis HM, Echteld MA. Overweight and obesity in older people with intellectual disability. Res Dev Disabil. 2012 Mar-Apr;33(2):398-405

523

De Winter CF, Bastiaanse LP, Hilgenkamp TI, Evenhuis HM, Echteld MA. Cardiovascular risk factors (diabetes, hypertension, hypercholesterolemia and metabolic syndrome) in older people with intellectual disability: results of the HA-ID study. Res Dev Disabil. 2012 Nov-Dec;33(6):1722-31

227

Vis JC, Duffels MG, Winter MM, Weijerman ME, Cobben JM, Huisman SA, Mulder BJ. Down syndrome: a cardiovascular perspective. J Intellect Disabil Res. 2009 May;53(5):419-25.

228

Janicki MP, Davidson PW, Henderson CM, McCallion P, Taets JD, Force LT, Sulkes SB, Frangenberg E, Ladrigan PM. Health characteristics and health services utilization in older adults with intellectual disability living in community residences. J Intellect Disabil Res. 2002 May;46(Pt 4):287-98

229

CBO Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Richtlijn Diagnostiek en behandeling van het obstructieveslaapapneusyndroom bij volwassenen 2009. www.cbo.nl/Downloads/843/ Richtlijn%20OSAS%20definitief%2009-02-2009.pdf

Rutten F, Bakx C, Bruins Slot M, van Casteren B, Derks C, Rambharose R, Burgers J, Wiersma T, Mensink P, Bouma M. NHG-Standaard Acuut coronair syndroom (eerste herziening). Nederlands Huisartsen Genootschap, 2012

De Winter CF, van den Berge AP, Schoufour JD, Oppewal A, Evenhuis HM. A 3-year follow-up study on cardiovascular disease and mortality in older people with intellectual disabilities. Res Dev Disabil. 2016 Jun-Jul;53-54:115-26

Feskens EJM (WUR), Merry AHH (UM), Deckers JW (Erasmus MC), Poos MJJC (RIVM). Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Gezondheid en ziekte\ Ziekten en aandoeningen\ Hartvaatstelsel\ Coronaire hartziekten, 2006.

Poos MJJC (RIVM). Welke doodsoorzaken nemen toe en welke nemen af? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http:// www.nationaalkompas.nl> Gezondheid en ziekte\ Sterfte, levensverwachting en DALY’s\ Sterfte naar doodsoorzaak, 2008.

RIVM. Volksgezondheid toekomstverkenning. Nationaalkompasvolksgezondheid. www.volksgezondheidenzorg.info 2016

Jansen J, Rozeboom W, Penning C, Evenhuis HM. Prevalence and incidence of myocardial infarction and cerebrovascular accident in ageing persons with intellectual disability. J Intellect Disabil Res. 2013 Jul;57(7):681-5

Patja K, Eero P, Iivanainen M. Cancer incidence among people with intellectual disability. J Intellect Disabil Res. 2001 Aug;45(Pt 4):300-7.

Draheim CC. Cardiovascular disease prevalence and risk factors of persons with mental retardation. Ment Retard Dev Disabil Res Rev. 2006;12(1):3-12. Review.

De Winter CF, Magilsen KW, van Alfen JC, Penning C, Evenhuis HM. Prevalence of cardiovascular risk factors in older people with intellectual disability Am J Intellect Dev Disabil. 2009 Nov;114(6):427-36.

Hilgenkamp TI, Reis D, van Wijck R, Evenhuis HM. Physical activity levels in older adults with intellectual disabilities are extremely low. Res Dev Disabil. 2012 Mar-Apr;33(2):477-83

Bastiaanse LP, Vlasveld G, Penning C, Evenhuis HM. Feasibility and reliability of the Mini Nutritional Assessment (MNA) in older adults with intellectual disabilities. J Nutr Health Aging. 2012;16(9):759-62

Evenhuis, HM (red). Gezond ouder met een verstandelijke beperking. Resultaten van de GOUD-studie 2008-2013. Wetenschappelijk rapport. 2014, Erasmus MC

De Winter CF, Bastiaanse LP, Hilgenkamp TI, Evenhuis HM, Echteld MA. Overweight and obesity in older people with intellectual disability. Res Dev Disabil. 2012 Mar-Apr;33(2):398-405

De Winter CF, Bastiaanse LP, Hilgenkamp TI, Evenhuis HM, Echteld MA. Cardiovascular risk factors (diabetes, hypertension, hypercholesterolemia and metabolic syndrome) in older people with intellectual disability: results of the HA-ID study. Res Dev Disabil. 2012 Nov-Dec;33(6):1722-31

Vis JC, Duffels MG, Winter MM, Weijerman ME, Cobben JM, Huisman SA, Mulder BJ. Down syndrome: a cardiovascular perspective. J Intellect Disabil Res. 2009 May;53(5):419-25.

Janicki MP, Davidson PW, Henderson CM, McCallion P, Taets JD, Force LT, Sulkes SB, Frangenberg E, Ladrigan PM. Health characteristics and health services utilization in older adults with intellectual disability living in community residences. J Intellect Disabil Res. 2002 May;46(Pt 4):287-98

CBO Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Richtlijn Diagnostiek en behandeling van het obstructieveslaapapneusyndroom bij volwassenen 2009. www.cbo.nl/Downloads/843/ Richtlijn%20OSAS%20definitief%2009-02-2009.pdf