Het CCE... wat heb je er aan?

‘We werken nu tien jaar in de ouderenzorg of VVT’, vertelt Ans Hilberink, regiodirecteur van het CCE en verantwoordelijk voor deze sector. ‘Er zijn veel mooie consultaties die echt verschil maken voor zowel cliënt als zorgprofessional. We willen die kennis en ervaring uit consultaties op een intensieve manier overdragen naar de VVT-sector. Want niet alleen de direct betrokkenen kunnen leren van zo’n consultatie. Andere collega’s én cliënten kunnen ervan meeprofiteren!’

 RickHekman_CCE-Verpleeghuis_openingsartikel

 

Er gebeurt veel in de sector: cliënten blijven langer thuis wonen en hun zorgvraag is complexer als ze worden opgenomen in een verpleeghuis. En de kwaliteit van verpleeghuizen ligt onder vuur. Het ministerie van VWS publiceerde begin 2015 het plan van aanpak ‘Waardigheid en trots. Liefdevolle zorg voor onze ouderen’ om tot een ‘toekomstbestendige’ verpleeghuiszorg te komen. Welke rol ziet het CCE voor zichzelf weggelegd?

 

Risico vermijden versus kwaliteit van leven

‘Wat we vaak zien in onze consultaties is dat zorgverleners zijn getraind om risico’s voor de cliënt zoveel mogelijk te vermijden’, vertelt Ans. ‘Houvast wordt dan gevonden bij standaard voorschriften, maar deze kunnen botsen met de wensen van cliënten. Het zoeken naar houvast uit zich dan in de vorm van beheersmatige maatregelen bij onbegrepen gedrag. En dat leidt vaak tot verergering van problemen en tot vermindering van kwaliteit van leven.


Zo kwamen we bij een man in een verpleeghuis. Hij liep voortdurend achter de verzorgenden aan en raakte hen ook aan. Men maakte allerlei afspraken met deze cliënt, maar dat hielp niet: hij bleef hen benaderen en betasten. Uiteindelijk had men bedacht om hem in zijn stoel te laten zitten, met een blad ervoor. En als hij dan wat achter de plantenbak werd gezet, zag hij ook niet voortdurend het personeel en werd hij minder getriggerd. Maar zo ontneem je iemand veel vrijheid en gaat de loopfunctie achteruit. Geen ideale oplossing dus.’


Het CCE wil professionals en teams in organisaties toerusten om te kijken naar oorzaken van onbegrepen gedrag of patronen daarin. Dit vraagt om een andere manier van kijken. Door aan te sluiten bij de leefwereld van de cliënt kun je voorkomen dat een beheersmatige insteek de boventoon voert ten koste van de leefbaarheid. Ans: ‘Zo’n beheersmatige aanpak beschouwen we als een vorm van “handelingsverlegenheid”. Eigenlijk heb je dan geen adequaat antwoord meer op het gedrag van de cliënt. Gedrag is altijd een wisselwerking tussen een cliënt en zijn omgeving. Als je met je team geen aansluiting kan vinden bij wat de cliënt nodig heeft, of als je het gedrag niet begrijpt, kan je in een negatieve spiraal terecht komen. Er worden dan voortdurend nieuwe afspraken gemaakt om het moeilijke gedrag te beheersen. Eigenlijk zetten zorgverlener en cliënt elkaar vast.’

 

‘Andere collega’s en cliënten kunnen meeprofiteren van een consultatie’

Het CCE probeert in zulke situaties verandering te brengen. Een eerste stap is altijd goed analyseren wat er in de wisselwerking tussen de cliënt en zijn omgeving gebeurt. ‘We willen bewustzijn creëren over die wisselwerking en samen met de teams op zoek gaan naar mogelijkheden om de cliënt beter te begrijpen’, zegt Ans. ‘Zo kun je de negatieve spiraal doorbreken. Er kan dan voor alle betrokkenen weer een situatie ontstaan die goed leefbaar en werkbaar is. Om de cliënt beter te begrijpen is het noodzakelijk om hem en zijn levensverhaal goed te kennen én om samen te werken met de verwanten of andere mantelzorgers. Bovendien vinden we dat multidisciplinair werken essentieel is: bij ingewikkelde situaties is de inbreng van verschillende deskundigen noodzakelijk. Dus niet alleen de deskundigheid van de arts ouderengeneeskunde is vereist, maar ook die van de teamleider, de EVV en een psycholoog.

 

Ans Hilberink-portret-magazine

Leren vanuit de praktijk

In de ouderenzorg is er relatief weinig tijd voor diepgaand onderzoek en is er behoefte aan snelle, direct toepasbare adviezen. Onze consulenten geven daarom praktische adviezen wanneer daarvan meteen verbetering te verwachten is, ook al is het onderzoek nog niet geheel afgerond. Door ‘coaching on the job’, gericht op kleine aanpassingen, schakelen we de daarbij direct de professionals van de VVT-instelling in bij het onderzoek tijdens een consultatie. Zo zijn zij betrokken bij de ontwikkeling van de oplossing en ontstaat er een eindadvies waarvoor zij zich medeverantwoordelijk voelen.


‘“Leren vanuit de praktijk” is echt een kwaliteit van de sector’, zegt Ans. ‘Er is een cultuur van hard werken. Het is niet gebruikelijk om stil te staan bij een ingewikkelde situatie. Hier willen wij de mensen van de VVT graag in laten groeien. Soms is dat lastig omdat onze manier van werken en denken lang niet altijd meteen een concrete oplossing oplevert. De zorgrelaties in de ouderenzorg zijn kort omdat mensen doorgaans in de laatste levensfase zitten. Mensen lijden vaak aan een progressieve aandoening zoals de ziekte van Alzheimer. Moeilijk gedrag kan afnemen wanneer de conditie van de cliënt verslechterd. Ook komt het voor dat de cliënt tijdens de consultatie overlijdt. Vaak is men dan geneigd om een consultatie te stoppen, het probleem lijkt dan opgelost. Wij willen dan echter doorgaan om de kennis die deze consultatie oplevert toch over te dragen. Want een volgende keer dat je in zo’n situatie komt, kan je er veel aan hebben.’


‘Daarnaast willen we andere manieren ontwikkelen om kennis over te dragen. Van één consultatie leer je namelijk nog niet zoveel dat je meteen het zelf kan. Ook het ministerie van VWS benadrukt in zijn plan “Waardigheid en trots” de noodzaak van scholing van de medewerkers: leren, kennis delen en kennis ontwikkelen. Zodat een consultatie bij één cliënt meerwaarde heeft voor een hele organisatie. Dat kan door momenten van bezinning en reflectie in te bouwen in het werk. Want het kan echt nog veel beter voor mensen met onbegrepen gedrag, door samen verder te zoeken.’

 

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine 'Onbegrepen gedrag bij dementie en NAH' (2015)