'We verdoezelen de ouderdom'

HERTOGHHij studeerde geneeskunde en filosofie, is ouderenarts, en hoogleraar ouderengeneeskunde en ethiek van de zorg voor kwetsbare ouderen aan het VUmc in Amsterdam: Cees Hertogh. ‘Mijn vakgebied begint waar de traditionele medische leerboeken ophouden; goede geneeskunde voor ouderen stuurt steeds op functioneren en levenskwaliteit. Dat is iets anders dan ziekteoorzaken bestrijden, zoals wij artsen gewend zijn. Bovendien verschillen ouderen onderling sterk: je kunt ze bijna niet als groep benaderen.’

 

In de ouderenzorg valt nog een wereld te winnen, vindt Cees Hertogh: ‘In theorie is de medische wereld het met mij eens dat ouderengeneeskunde vooral gevolgengeneeskunde is, maar de praktijk is heel anders. Ouderen krijgen bijvoorbeeld nog steeds te veel medicijnen, omdat wij dokters vooral enkelvoudige ziekten willen behandelen. En in het financieringssysteem zitten allerlei perverse prikkels. Artsen krijgen betaald voor wat ze doen en niet voor wat ze nalaten. Terwijl juist nalaten voor ouderen essentieel kan zijn.’

 

Over één kam scheren

Een sprekend voorbeeld vindt hij de stroke-units. ‘Het beleid is tegenwoordig dat alle patiënten met een beroerte binnen twee of drie uur in een ziekenhuis moeten zijn. Dan kunnen ze nog medicijnen krijgen om het stolsel op te lossen. Een beroerte komt echter vaak bij ouderen voor. De kans op overlijden is bij hen relatief groter, maar dat ‘mag’ eigenlijk niet in een ziekenhuis, want de kwaliteit van de ziekenhuiszorg wordt onder ander afgemeten aan de sterftecijfers. Hierdoor wordt vaak pas na overplaatsing naar een verpleeghuis gestart met palliatieve zorg. Nu blijkt uit de cijfers dat meer dan 40% van de 85-plussers binnen een maand na een beroerte overlijdt. Moeten we hen dan al die zorgtransities wel aandoen? Nu scheren we iedereen over één kam.’

 

Onvermijdelijk

‘Wij hebben in onze samenleving moeite met ouder worden en proberen de tekenen daarvan  vaak te verdoezelen. De confrontatie met de broosheid van oude mensen geeft ons een ongemakkelijk gevoel en maakt ons bewust van onze kwetsbaarheid. En dat valt niet mee. Afhankelijkheid vinden wij over het algemeen iets onwaardigs. Waardigheid is voor ons vooral verbonden met cognitieve en rationele aspecten van het mens-zijn en met zelfstandigheid. Maar dat mensbeeld is irreëel, want vanuit de levensloop bezien is afhankelijkheid in de eerste en in laatste levensjaren onvermijdelijk: dat is de menselijke conditie.

 

We zijn altijd kwetsbaar, ook in de “bloei” van ons leven. We kunnen immers niet bestaan zonder de ander. Als ouderenarts en hoogleraar wil ik daarom de kwetsbaarheid een plek geven. Ook omdat de allerkwetsbaarste ouderen een soort ambassadeur nodig hebben, want zij kunnen niet voor zichzelf opkomen. Juist de vitale ouderen keren zich bovendien het hardst van hen af. “Afhankelijk worden? Ik moet er niet aan denken. Doe mij dan maar een pilletje.”

 

Aanpassen

‘Cicero heeft een prachtig essay over de ouderdom geschreven: De Senectute. Hij raadt ons aan op te zoek te gaan naar ouderen die hun laatste levensfase goed vormgegeven hebben, van wie we kunnen leren. Ik ken ze ook: ouderen die ondanks hun afhankelijkheid openstaan voor anderen en levensvreugde ervaren. De kunst is dat je met het ouder worden steeds je prioriteiten verlegt. In een Leids onderzoek onder tachtigplussers bleek dat ouderen zichzelf vooral als “succesvol” zagen omdat ze zich goed konden aanpassen aan de gevolgen van ouder worden. Oftewel: niet gaan hardlopen totdat je een heup breekt. Reëel zijn en op tijd je grenzen verleggen.’ 

 

Meer onderzoek nodig

In elk geval is er veel meer onderzoek onder ouderen nodig. ‘Er is weinig wetenschappelijk bewijs voor onze huidige ouderenzorg. Bovendien investeren we verhoudingsgewijs veel meer in levensverlenging en onderzoek daarnaar dan in de levenskwaliteit voor de kwetsbare ouderen. Meer wetenschappelijk onderzoek gericht op functioneren, levenskwaliteit en naar terughoudendheid in het medisch handelen bij ouderen, daar maak ik me sterk voor.’

 

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine over Dementie en probleemgedrag (2012)