CCE biedt ook advies voor betere dagbesteding

In ieder CCE Magazine beantwoorden we een vraag die het CCE in de praktijk tegenkomt. Deze keer: hoe kan dagbesteding een oplossing bieden voor cliënten met probleemgedrag?

 

‘Verveling en niets doen is bijzonder slecht voor de mens’, vertelt Hans Willemsen, GZ-psycholoog en CCE-consulent. ‘Nog te veel cliënten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) brengen hun dagen door met koffie drinken en roken. Het is een enorme opgave als je iedere dag opnieuw je dag moet zien in te vullen, zeker als je door je handicap ook nog problemen hebt met plannen en organiseren. Dagbesteding activeert mensen. Het biedt hen structuur en voldoening.’

 

Hans Willemsen wijdde ooit zijn doctoraalscriptie al aan het onderwerp dagbesteding. Hij is gedragsdeskundige en werkt zowel voor cliënten in de gehandicaptenzorg als de geestelijke gezondheidszorg.

 

Zinvolle dagbesteding draagt enorm bij aan de kwaliteit van bestaan. Hoewel er de afgelopen twintig jaar veel is verbeterd, is de invulling ervan in de praktijk nog lang niet altijd evident. ‘Dagbesteding is duur’, vertelt Hans Willemsen. ‘Maar dagbesteding zou bijvoorbeeld in de GGZ gewoon onderdeel moeten zijn van het behandelplan. Bij de implementatie van een CCE-advies stel je regelmatig een Bijzonder Zorgplan (BZP) op. Daarmee hebben we bijvoorbeeld voor een cliënt met schizofrenie en een verstandelijke beperking tijdelijke één-op-één begeleiding geregeld. Hij kon weinig prikkels verdragen en heeft eerst twee maanden alleen dagbesteding gekregen. Vervolgens kwam er een tweede cliënt bij. Uiteindelijk hebben we een groepje van vier tot vijf personen om hem heen gecreëerd. Allemaal mensen die baat hebben bij een rustig tempo en weinig prikkels.’

 

Hans Willemsen kan vele verhalen vertellen van chronische cliënten en patiënten waar de hoop op verbetering was opgegeven. Ze werken nu, bijvoorbeeld op een montageafdeling van een dagbestedingsorganisatie en hun oude begeleiders kunnen dat haast niet geloven. Hans benadrukt de meerwaarde van activiteiten “die er toe doen”: ‘Als je een bijdrage levert aan het functioneren van je omgeving en het welzijn van anderen, is dat heel positief voor je zelfbeeld. Als je het niet doet, ontbreekt er iets. En dat geldt niet alleen voor mensen met een licht verstandelijke handicap.’

 

‘Vroeger was er vooral sprake van dingen doen in een groep. Nu is het zo dat men naar het werk gaat en samenwerkt aan een tastbaar resultaat. Cliënten zijn collega’s geworden in plaats van groepsgenoten.’

 

Dat het in de praktijk nog niet altijd goed gaat, blijkt wel uit het verhaal van Jeffrey, een Surinaams-hindoestaanse jongen van 14 jaar. Hij wilde graag naar een “gewone” school, maar kon dat niet aan. Ook een praktijkschool redde hij niet en het speciaal onderwijs, daar hoorde hij niet thuis, vond hij. Z’n onvermogen uitte hij door vechten, weglopen en allerlei psychosomatische klachten. Hij kwam thuis te zitten en dreigde af te glijden. Toen raakte Hans bij hem betrokken. De jongen bleek zeer overvraagd te worden; hij had het niveau van een 6-jarige maar was zeer “streetwise” en zette daarmee veel mensen op het verkeerde been. Hij ging met de cliënt op zoek naar een manier waarop hij in de praktijk kon leren. Zo werd een stagetraject bedacht met een “meester – gezel” constructie. Dit sloot heel goed aan bij de trots van Jeffrey en zijn overtuiging dat een jongen van zijn leeftijd hoorde te leren . Bij de uitvoering ging het helaas mis en nu is Hans – inmiddels anderhalf jaar later – opnieuw betrokken. ‘Het is in een CCE-traject de verantwoordelijkheid van de organisatie om het plan op te pakken. Maar liever zou ik wat meer toezicht willen bijvoorbeeld door toetsingsbezoeken in te bouwen of even te bellen. Dan kun je tussentijds kijken hoe het gaat en eventueel bijsturen als dat nodig is.’

 

Regelmatig hoor je dat dagbesteding in de psychiatrie minder aandacht krijgt dan in de gehandicaptenzorg. Hans Willemsen. ‘Dat is wellicht waar, maar dagbesteding is wel degelijk binnen de GGZ z’n plek aan het verwerven. Er zijn veel (cliëntgestuurde) initiatieven in de GGZ. Het is aangetoond dat mensen bijvoorbeeld minder drugs gaan gebruiken als ze goede dagbesteding hebben. Ook medicatie kan dan vaak omlaag. Doordat je mensen gaat activeren en structuur biedt, gaan ze zich minder vervelen en minder probleemgedrag vertonen.’

 

‘Het CCE kan op twee manieren een rol spelen. Ten eerste adviseren hoe dagbesteding een bijdrage kan leveren aan de afname van probleemgedrag. En daarnaast kan het CCE adviseren hoe die dagbesteding vorm te geven.’