Externe consultatie bij langdurige separatie

Wanneer een cliënt in de GGZ langdurig gesepareerd wordt, moet de instelling na zo'n 13 weken externe deskundigen raadplegen. Sinds juli 2013 biedt het CCE het consult Dwang en Drang, een korte consultatie die in een halve dag gedaan kan worden. GGZ-instelling Rivierduinen heeft er goede ervaringen mee.

 

'We kijken heel positief terug op de recente consultatie rond mevrouw Gijsbertse', vertelt Geert Caminada, verpleegkundig specialist bij Rivierduinen. 'Het CCE is laagdrempelig, en niet belerend. Ze komen echt meedenken. Ook is het heel goed dat het adviesteam multidisciplinair is.'

 

Mevrouw Gijsbertse is al lang bij Rivierduinen in zorg, vertelt Caminada. Zij is 45 jaar, en heeft vanuit haar ziektebeeld een aantal wanen. Die kan ze zeer agressief en uitdagend uitdragen. Daarnaast is zij ernstig seksueel ontremd.' Overigens heeft mevrouw Gijsbertse ook een andere kant. 'Ze kan bijzonder creatief zijn. Ze schildert bijvoorbeeld veel en goed.'

 

Eind 2013 liep de spanning bij mevrouw Gijsbertse op. Zij werd steeds vaker agressief, en raakte steeds meer seksueel ontremd. 'Met name die agressie was reden om haar langdurig te separeren.'

 

Instellen op medicatie

Na 84 uur separatie in één week vroeg de afdeling, volgens het toetsingskader terugdringen separeren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, consultatie aan bij de waarnemend geneesheer-directeur. 'We behandelden mevrouw met name met medicijnen, en dat was volgens de waarnemend geneesheer-directeur ook de juiste weg.' Maar de medicatie werkte onvoldoende. Na drie weken separatie werd daarom het interne consultatieteam ingeroepen, dat adviseerde om een nieuw medicijn in te zetten. 'Het nadeel van dit medicijn is wel dat het lang duurt om je er op in te stellen. Daar kwam bij dat mevrouw Gijsbertse sterk op het medicijn reageerde. Zo werd ze er erg suf en vermoeid van.'

 

Omdat het instellen op de medicatie zo lang duurde en de seksuele ontremming en agressie aanwezig bleven, bleef mevrouw Gijsbertse gesepareerd. Dus was het na zes weken tijd voor de volgende stap. 'Volgens het protocol moesten we een consultatieteam van buiten inroepen. De daaropvolgende stap zou zijn om na 13 weken het CCE erbij te vragen. Maar we hebben het CCE al na zes weken gevraagd te komen, omdat de eerste stappen te weinig hadden opgeleverd. Dat deden we onder andere zo snel omdat we op onze afdeling al eerder goed hadden samengewerkt met het CCE. Na overleg met de teampsychiater heb ik de aanvraag via de website van het CCE gedaan.'

 

Consultatie

De consultatie vond plaats in maart, en duurde een paar uur. Het CCE stuurde een team van drie deskundigen: de coördinator, een orthopedagoog en een ervaringswerker: een speciaal opgeleide ex-patiënt.

 

Vanuit de instelling waren, naast Caminada, betrokken: de behandelend psychiater, de verpleegkundig coördinator en de persoonlijke begeleider van mevrouw. Caminada: 'We begonnen met een overleg met z'n zevenen. Vervolgens vormden de ervaringswerker, de persoonlijk begeleider en de verpleegkundig coördinator zich op de afdeling een beeld van de situatie. De andere betrokkenen spraken met mevrouw Gijsbertse.'

 

Een afsluitend gesprek en een advies volgden. 'Het was heel verhelderend om te horen wat de orthopedagoog en de ervaringswerker te vertellen hadden. Die disciplines hebben we zelf niet in huis. Zo vroeg de orthopedagoog zich af of we mevrouw niet aan het overvragen waren. Daarmee wees hij er op, dat de diagnostiek nog onvoldoende was. We realiseerden ons ergens ook wel dat we mevrouw mogelijk overvroegen, maar onze benaderingswijze was toch heel verpleegkundig. Verder vonden ze dat we met de medicatie op de goede weg waren, al was die op dat moment nog niet effectief.'

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Het CCE had nog een belangrijk advies, vertelt de betrokken orthopedagoog Tom van Son. 'Mevrouw Gijsbertse had ook op jonge leeftijd niet-aangeboren hersenletsel opgelopen. De betekenis en impact daarvan waren niet goed in kaart gebracht. Wat betekent dat voor haar prikkelverwerking, hoeveel informatie kan zij precies verwerken? Hoe ingewikkeld mag die informatie zijn? Ook haar sociaal-emotionele ontwikkeling was niet goed in kaart gebracht. Maar dat is wel nodig om beter te snappen hoe ze met stress en spanning omgaat. Wat doet ze, als ze het niet meer begrijpt? Het was essentieel om beter zicht te krijgen op haar functioneren. Daarom hebben we Rivierduinen aanbevolen om ook een reguliere consultatie aan te vragen.'

 

Daarnaast wees het CCE sterk op het belang van de omgevingsinvloeden. 'Bij een beschadigd brein zijn factoren in de omgeving en bij de bejegening belangrijke oorzaken van gedrag.'

 

Rustmomenten

En die adviezen vielen in goede aarde. Caminada: 'Zo heeft mevrouw tegenwoordig een heel duidelijk en gestructureerd programma, met een aantal vaste rustmomenten. Die duidelijkheid en structuur heeft zij nodig.' Aan de ander kant beweegt het personeel soms ook makkelijker mee met mevrouw. 'Vroeger zeiden we bij ongewenst gedrag of ongewenste opmerkingen direct: dat moet je niet doen, of dat willen we niet horen. Dat liep nogal eens uit op conflicten. Tegenwoordig gaan we daar meer ontspannen mee om en vragen we bijvoorbeeld naar de achtergrond van haar opmerkingen. Zo raak je in gesprek, en dat is minder frustrerend voor mevrouw.' Iets dergelijks geldt ook voor het seksueel ontremde gedrag. 'Inmiddels slaat de medicatie aan, en is mevrouw niet meer gesepareerd. Wanneer zij nu in de huiskamer seksueel ontremd gedrag vertoont, verbieden we dat niet direct, maar zeggen we: doe dat maar op je eigen kamer. En begeleiden we haar daarheen. Dat is een pedagogische benadering, die dankzij het CCE nu regelmatig de verpleegkundige insteek vervangt.'

 

Neutraal meekijken

Ook Petra van Geelen, coördinator Dwang en Drang van Rivierduinen, kijkt tevreden terug op het consult. 'We waren blij met de snelheid waarmee het kon plaatsvinden. Ook was het plezierig dat het CCE vooraf toelichtte dat het er niet om ging de aanvrager op de vingers te tikken, maar dat de insteek was op neutrale wijze mee te kijken met  de hulpverlening. Dat werd niet alleen gezegd, het werd ook waargemaakt.'

 

Overigens kende Rivierduinen het CCE al goed. 'We hebben vanaf halverwege 2013 vier consultaties aangevraagd bij het CCE. Niet alleen bij langdurige separatie, maar ook bij langdurige afzondering en fixatie. Rivierduinen heeft inmiddels met het CCE afgesproken dat het al eerder worden betrokken bij dergelijke gecompliceerde cases. Wij zien duidelijk de meerwaarde van de distantie en de neutrale en brede blik van het CCE.'

 

*De naam Gijsbertse is een pseudoniem.

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine over Verandering in de zorg