Lef hebben

Soms zijn ongebruikelijke stappen nodig om een uitzichtloze situatie te doorbreken. Dat was bijvoorbeeld zo voor Lucien, een jongen met een matige verstandelijke beperking en psychiatrische problemen. Op zijn veertiende bracht hij maandenlang gefixeerd op bed door omdat hij zichzelf anders te ernstig beschadigde. Hij weigerde te eten en te drinken. ‘Een verschrikkelijke tijd’, zegt zijn persoonlijk begeleider Lonneke Michels van zorginstelling Daelzicht in Limburg.

 

Het CCE is betrokken vanaf het moment dat Lucien op bed ligt. ‘Op een gegeven moment hadden we het gevoel dat we alles geprobeerd hadden, methodieken, veiligheidsstructuren. We waren wanhopig.’ In eerste instantie wordt er helemaal ingespeeld op zijn autisme spectrum stoornis. Zo wordt er gebruikt gemaakt van pictogrammen om zijn vaste dagindeling nog voorspelbaarder te maken. Lucien gleed echter steeds verder af. ‘”Hebben we wel de juiste aanpak gekozen”, vroegen we ons steeds vaker af’, zegt Lonneke Michels. Langzaam werden de methodieken losgelaten en er kwam ruimte voor onverwachte elementen in zijn begeleidingstijl.

 

Na enkele maanden ging hij weer enkele uren naar de dagbesteding. Er was een speciaal “huisje” gecreëerd van zachte wanden zodat hij zichzelf niet kon beschadigen. De dagbesteding werd uitgebreid naar negen dagdelen in de week.

 
Op advies van het CCE verhuisde Lucien naar een andere woongroep. Deze kans werd gegrepen om alles anders aan te pakken. Ook op dagbesteding werd toen anders ingevuld. Lucien kreeg een aangepaste stoel – met fixatie. Maar tegelijk werd ook geprobeerd dit af te bouwen. Lucien bleek zelf prima in staat om aan te geven wanneer hij gefixeerd wilde worden en waar. ‘Op bepaalde dagen konden bijvoorbeeld zijn voeten los, terwijl hij die op andere dagen liever vast wilde.’

 

Gedurende het hele traject werd video-interactiebegeleiding toegepast. Luciens begeleiders worden zo gecoacht om hem te leren “lezen”. ‘Ook hieruit bleek dat Lucien heel goed op onverwachte gebeurtenissen reageerde. Van een zo voorspelbaar mogelijke, prikkelarme omgeving zijn we het absolute tegenovergestelde gaan doen. Lucien is voor zijn dagbesteding geplaatst in een groep pubers uit de crisisopvang die om allerlei redenen even niet naar school kunnen. Voor Lucien is het een erg dynamische groep, waar de mensen druk, onrustig en chaotisch kunnen zijn. Sommigen zijn er een jaar, anderen maar twee weken. Hij krijgt opmerkingen naar zijn hoofd als: “Hé zit jij daar maar lui in je stoel en wij maar werken!” En Lucien vindt het prachtig! Hij ziet hoe andere jongeren voor hun geld moeten werken en met elkaar ruzie krijgen. Sommigen reageren heel goed op hem en willen proberen hem wat te leren. Anderen blijven liever uit zijn buurt, maar hij vindt het ook leuk om met hen de confrontatie aan te gaan.’

 

Lucien is nu 17 en enorm opgebloeid. Hij wordt niet meer gefixeerd. Hij heeft plezier in het leven en lacht weer. Lonneke Michels: ‘Soms moet je het lef hebben juist het tegenovergestelde te proberen.’

 

Dit verhaal verscheen eerder in het CCE Magazine met het thema Dagbesteding