Leren en reflecteren

Rick Hekman_Leren_1Leren is onlosmakelijk verbonden met het CCE. Het is altijd onderdeel van onze consultaties, voor alle betrokkenen, en dus ook voor onszelf: consulenten, casemanagers en coördinatoren! In onze andere activiteiten – denk aan het delen van kennis en expertise, onder andere via scholing – is het ook essentieel. We vroegen aan Rieneke de Wit, bestuurder van het CCE, hoe zij dit ziet.

 

‘Leren is op allerlei manieren belangrijk in mijn werk. Net als vele anderen houd ik van leren in en door het werk. Leren staat dan bijna gelijk aan problemen oplossen of doelen bereiken. Ervaring opdoen en stil staan bij de vraag wat beter kan. Belangrijk om dat ook als team te kunnen. Met elkaar delibereren over de beste aanpak, de volgende stap, een alternatieve benadering. Als je de scenario’s op een rij hebt, afwegen, kiezen en aan de slag. En dan op gezette tijden stilstaan bij de vraag of het goed gaat of dat bijsturen nodig is.

 

Bij complexe vraagstukken liggen de oplossingen niet voor het oprapen

 

Maar soms moet je ook úit dat team stappen en je laten voeden door collega’s in eenzelfde positie, maar uit een ander team. In mijn geval: met andere bestuurders. Of je haalt mensen van buiten in je team die nieuwe concepten kunnen aanreiken met weer nieuwe handelingsperspectieven.

 

Binnen het CCE zijn vraagstukken vaak complex. Ik houd daarvan. Dat betekent dat de oplossingen vaak niet voor het oprapen liggen. Ik heb geleerd hoe belangrijk het dan is om jezelf en je team de ruimte te gunnen om te exploreren. Kunst is om in iedere situatie te kijken naar wat je al weet of eerder hebt gezien en tegelijkertijd ook op zoek te gaan naar wat er nieuw en anders aan is. Zo voorkom je dat je blik vernauwt. Binnen het CCE heeft ieder zijn eigen leercyclus, maar leren we ook als collectief. Soms focussen we op de grondslagen van ons werk en het bewust hanteren daarvan, dan weer maken we gebruik van de input van andere disciplines.’

 

Ben je in de loop van je carrière anders naar leren gaan kijken?

‘Aanvankelijk ben je vooral bezig met ervaring opdoen. Gaandeweg maak je meer ruimte voor reflectie. Ik moet tot mijn schande bekennen dat er ook jaren zijn geweest waarin ik onvoldoende heb geïnvesteerd in mijn eigen professionaliteit. Ik vond dat ik het daar te druk voor had. Dat is net zo dom als een heel bos omhakken met dezelfde bijl, zonder ooit even de moeite te nemen om ’m te slijpen.’

 

Je hebt voor het CCE met name in de GGZ gewerkt. Wat zou je met de inzichten van nu toen anders hebben gedaan?

‘Mijn visie op wat ik als bestuursvoorzitter zou hebben moeten doen en laten is sindsdien sterk veranderd. Ik zou willen dat ik meer in gesprek was gegaan met professionals over hoe zij naar kwaliteit kijken. En dat we met z’n allen meer geluisterd zouden hebben naar wat cliënten belangrijk vinden. Ik zou willen dat we samen met die professionals wat vaker hadden stilgestaan bij de grondslagen van ons werk en iets meer de ruimte genomen zouden hebben om af en toe voorzichtig eens een vraagteken te zetten bij onze zekerheden. Ik zou mijzelf en mijn collega’s van toen tekort doen, als ik zou zeggen dat dat allemaal helemaal niet gebeurd is, maar ik zou de accenten anders leggen.’

 

Gun jezelf en je team de ruimte om te exploreren

 

Waardoor ben je van inzicht veranderd?

‘Het CCE werkt in alle sectoren binnen de langdurige zorg. En zelf heb ik dat in het verleden ook gedaan. Dan zie je een groot verschil hoe per sector naar cliënten (of patiënten) wordt gekeken. Al die verschillende benaderingen hebben hun eigen voor- en nadelen. Tegelijkertijd is het soms meer toeval dan wijsheid waar een cliënt terechtkomt. Dat roept de vraag op of de verschillende sectoren misschien meer van elkaar zouden kunnen leren. Als je de cliënt écht centraal  stelt – en wie wil dat niet – zou je een meervoudig repertoire moeten hebben. Soms ligt je focus op kwaliteit van leven, soms op “beter maken”, vaak gaat het om een combinatie van beide. Dat zegt iets over wat goed werk is en over de wijze waarop teams daarop reflecteren. En over de verschillende categorieën professionals die je bij de cliënt betrekt en over hoe zij in samenspraak met collega’s en leidinggevenden hun doelen en leervragen formuleren. In de loop der jaren is het inzicht gegroeid dat kwaliteit niet alleen iets is van processen, protocollen  en resultaten, maar in elk geval ook iets van beroepsbeoefenaars en hoe zij zich ontwikkelen. Belangrijk!’

 

Als bestuurder wil je faciliteren dat anderen ‘goed werk’ kunnen leveren. Wat heb je hierover geleerd bij verschillende werkgevers?

‘In de ouderenzorg ben ik iets gaan begrijpen van professionaliteit en competenties. In wat eind jaren ’70 de gezins- en bejaardenverzorging heette, werd wel eens geroepen dat het genoeg was als je hart op de goed plaats zat en je je handjes kon laten wapperen. Dat helpt natuurlijk wel, maar een mens heeft meer nodig om z’n werk goed te kunnen doen. In de gehandicaptenzorg waar ik vanaf 1987 werkte, leerde ik het belang van een goed uitgewerkte visie op zorg voor mensen met een beperking.

 

Een paar jaar later kwam ik in de ziekenhuiswereld terecht, waar voor mij de state of the art geneeskunde op de agenda kwam, in combinatie met bejegening en patiënten betrekken bij de besluitvorming over de behandeling. In de psychiatrie waar ik vanaf 1994 werkte, speelde dat ook. Daar ging bovendien veel aandacht uit naar goede aansluitingen maken tussen verschillende soorten zorg en ondersteuning. We wilden voorkomen dat (groepen) mensen tussen wal en schip terecht zouden komen.

 

In de loop der jaren kwam daar ook steeds vaker de aandacht voor de persoonlijke professionaliteit bij. Dat zijn de grote thema’s. Intussen moet je het soms ook heel klein maken. Vraag je professionals in beeld te brengen wat hun leervragen zijn en waar die vragen op zijn gebaseerd, ga daarover het gesprek met hen aan en vraag hen te laten zien hoe ze daar aan werken en wat dat oplevert. En denk mee wat daarvoor nodig is.’

 

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine Leren & reflecteren