'Door aanpassingen minder afhankelijk'

Meneer Jansen is 72 jaar. De afgelopen periode heeft hij een aantal herseninfarcten gehad. Om die reden woont hij nu op de psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis. Voor zijn pensioen had hij een hoge functie bij een ministerie. Het is voor hem heel moeilijk om zijn beperkingen te accepteren. Hij zou dolgraag weer naar huis gaan en zijn oude leven oppakken. Hij raakt gefrustreerd en laat moeilijk gedrag zien. Het CCE wordt ingeschakeld om te kijken hoe zij zijn levenskwaliteit kunnen bevorderen en zijn moeilijke gedrag kunnen beïnvloeden.

 

Als meneer Jansen na enkele herseninfarcten gaat revalideren, klaagt hij dat hij geen zinvolle tijdsbesteding heeft en dat hij geen goede gesprekspartner kan vinden op de revalidatieafdeling waar hij verblijft. Hij zou graag naar huis willen om zijn eigen leventje weer op te pakken. Deze frustratie zorgt voor moeilijk hanteerbaar gedrag. Hij klampt iedereen aan en schept daarmee wanorde op de afdeling. In de loop van de tijd begint hij daarnaast hard te roepen. Enkele medepatiënten zijn bang voor hem. Het lukt niet om zijn gedrag hanteerbaar te maken. Daarom wordt hij overgeplaatst naar een psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis.

 

Onderzoek en analyse

Op de nieuwe afdeling vertoont meneer Jansen hetzelfde gedrag. Men besluit het CCE in te schakelen om te kijken wat er gedaan kan worden om de kwaliteit van leven van meneer Jansen te verbeteren en zijn moeilijke gedrag te beïnvloeden. Uit een oriënterend gesprek met de coördinator blijkt dat hij sterk wisselende cognitieve problemen heeft. Daarnaast spelen problemen met het gezichtsvermogen een belemmerende rol. Soms kan hij iets wel zien en soms niet, soms lijkt hij iets wel te kunnen en op een ander moment niet. Hij heeft zelf onvoldoende zicht op en besef van zijn functioneren. Vanwege de complexiteit van zijn problematiek wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar zijn mogelijkheden en beperkingen. Ook worden video-opnames gemaakt om zijn gedrag te analyseren.

 

Beperkingen worden onvoldoende gezien

Het belangrijkste probleem lijkt te zijn dat hij erg ondernemend is maar in feite bij alles begeleiding nodig heeft. Hij is niet in staat op tijd om hulp te vragen en het personeel heeft onvoldoende zicht op de ondersteuning die hij nodig heeft. Tijdens het onderzoek door de consulenten blijkt dat meneer Jansen onder andere nagenoeg niets meer ziet, hij mag als blind worden beschouwd. Zijn roepgedrag blijkt voort te komen uit angst, frustratie en vermoeidheid. Angst omdat hij bang is om te vallen, frustratie omdat hij bepaalde zaken niet meer tot een goed einde kan brengen en vermoeidheid omdat het dagelijks leven op de afdeling hem heel veel energie kost. Door deze ontdekkingen kunnen de personeelsleden en de familie, de situatie veel beter begrijpen. Zij zijn bereid om mee te werken aan een plan dat kan leiden tot de juiste begeleiding en ondersteuning.

 

Aansluiten bij behoeften en mogelijkheden

Een casemanager vanuit een organisatie voor blinde en slechtziende mensen wordt gevraagd om een plan van aanpak te schrijven in samenwerking met de consulenten die de onderzoeken hebben verricht. Vervolgens coacht de casemanager de teamleden in de uitvoering van het plan. Zo wordt de leefsituatie van meneer Jansen ruimtelijk aangepast om hem minder afhankelijk te maken en om faalgevoelens en eventuele gevaren (bijvoorbeeld verbranding doordat hij iets per ongeluk omstoot) te voorkomen. Bijvoorbeeld door aan voorwerpen een vaste plaats toe te kennen, het aantal meubels in zijn directe leefomgeving te beperken, gebruik te maken van aanduidingen in felle kleuren die meneer Jansen nog wel kan onderscheiden en hulpmiddelen in te zetten die zijn zelfstandigheid vergroten. Ook wordt door een proactieve houding van de teamleden de kans op falen en vallen verminderd. Periodieke evaluaties zorgen voor aanpassingen waarbij de praktijkervaringen de leidraad zijn. Hij krijgt meer begeleiding en leeft volgens een vaste dagstructuur. Actieve perioden en rustmomenten wisselen elkaar af. Na een half jaar zijn de gedragsproblemen nagenoeg verdwenen. Meneer Jansen voelt zich meer thuis op de afdeling. Het leven lijkt hem nu minder energie te kosten en hij voelt zich prettiger.   

 

Het CCE helpt onder andere ouderen met aanpassingsproblemen en daaruit voortkomende gedragsproblemen. Om privacyredenen is de naam in het artikel verzonnen.