Meer grip op probleemgedrag

Promotieonderzoek van Sandra Zwijsen over probleemgedrag en kalmerende medicatie

p. 5 Sandra ZwijsenProbleemgedrag komt regelmatig voor bij mensen met dementie die in verpleeghuizen wonen. Bewoners vragen dan bijvoorbeeld voortdurend aandacht of worden agressief. Vaak wordt er kalmerende medicatie voorgeschreven, maar in hoeverre helpt methodisch en multidisciplinair werken in deze situaties? Dat onderzocht Sandra Zwijsen met het zorgprogramma Grip op Probleemgedrag. Eind 2014 promoveerde ze daarop aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam.

 

‘We hebben in Nederland een unieke uitgangssituatie rond probleemgedrag bij mensen met dementie’, aldus Sandra. ‘We hebben goed opgeleide ouderenspecialisten, er zijn richtlijnen voor het omgaan met probleemgedrag en we zetten psychologen in. Ook zijn alle professionals het eens over de beste aanpak: je moet probleemgedrag allereerst tijdig signaleren en het vervolgens grondig en multidisciplinair analyseren. Daarna moet je duidelijke behandeldoelen stellen en ze evalueren.

 

Toch komt probleemgedrag en het voorschrijven van psychofarmaca bij mensen met dementie in Nederland net zo veel voor als in landen waar het niet zo goed geregeld is als bij ons. In mijn promotieonderzoek wilde ik kijken of we dat kunnen veranderen.’

 

Gestructureerd en methodisch

In haar promotieonderzoek voerde Sandra het zorgprogramma Grip op Probleemgedrag in op zeventien psychogeriatrische verpleegafdelingen. Dat programma heeft zij in samenwerking met onderzoekers van het VU Medisch Centrum en het Radboud Universitair Medisch Centrum ontwikkeld.

 

Grip op Probleemgedrag helpt zorgverleners in psychogeriatrische verpleeghuizen om de richtlijnen voor omgaan met probleemgedrag toe te passen. Het is geen behandelmethode, maar een manier om gestructureerd en methodisch met probleemgedrag om te gaan.

 

Het programma bestaat uit een multidisciplinair stappenplan met acht werkbladen en twee trainingssessies voor verzorgenden. Op de werkbladen beantwoorden teamleden vragen als: hoe ziet het probleemgedrag eruit, wat is de aanleiding en wat is er al aan gedaan? De trainingen gaan over probleemgedrag, hoe je daar tegenaan kunt kijken, en over het belang van gestructureerd en methodisch werken.

 

Effect

‘In het onderzoek bleek dat probleemgedrag afneemt als Grip op Probleemgedrag consequent wordt toegepast’, vertelt Sandra. ‘Ook wordt er dan minder gedragsbeïnvloedende medicatie gebruikt. Verder zagen we dat hoe beter het zorgprogramma wordt geïmplementeerd, hoe groter het effect is op het probleemgedrag en het psychofarmacagebruik.’

 

Maar juist het consequent toepassen van Grip op Probleemgedrag is de kritische factor. ‘Het zorgprogramma werkt het beste als het optimaal geïmplementeerd is en alle disciplines goed samenwerken, maar dat gebeurt niet overal. Door nieuwe regelgeving en bezuinigingen zijn er bijvoorbeeld veel veranderingen in organisaties. Ook waren er op sommige afdelingen veel wisselingen in het team. Daar heeft het toepassen van het programma en dus het effect onder te lijden.’

 

Paniek voorkomen

Op zich biedt Grip op Probleemgedrag volgens Sandra genoeg handvatten voor zorgteams om probleemgedrag te verminderen. ‘Alleen al het invullen van de analysekaart door verpleegkundigen en verzorgenden blijkt het gevoel van paniek dat je vaak rond probleemgedrag ziet te voorkomen. Het helpt om eerst goed te kijken wat er aan de hand is, zodat je helderder kunt zien wat er nodig is.’

 

Uiteindelijk blijkt Grip op Probleemgedrag het effectiefst te zijn als de zorgorganisatie aan diverse randvoorwaarden voldoet. ‘Je hebt een stabiel multidisciplinair team nodig, en regelmatig overleg tussen bijvoorbeeld de arts, psycholoog en verzorgenden. Verder helpt het als het team genoeg vaste krachten heeft. En natuurlijk moet het management voldoende ruimte voor overleg geven. Voer je Grip op Probleemgedrag onder die condities consequent uit, dan zijn de effecten goed.’

 

Vervolgonderzoek

Inmiddels loopt er al een vervolgonderzoek. ‘Hierin wordt Grip op Probleemgedrag nog steviger geïmplementeerd op de zeventien afdelingen. Er is nu een digitale versie van de werkbladen, er zijn train-de-trainersessies en er is een werkboek met bijbehorend materiaal. De pilot van dit vervolg loopt tot eind 2015, en dan komt het materiaal breder beschikbaar.’

 

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine Onbegrepen gedrag bij dementie en NAH (2015)