Van beveiliging naar begeleiding

Over Meerzorgadvies

Soms zijn extra financiële middelen nodig om cliënten in de gehandicaptenzorg goed te kunnen begeleiden. Voor hen is er de Toeslag extreme zorgzwaarte van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het CCE toetst de aanvragen. Ook inhoudelijk is die toetsing extreme zorgzwaarte waardevol. Met externe partijen nadenken over een cliënt werkt blikverruimend. Sinds 1 januari 2013 is deze regeling opgegaan in de Toeslag 'meerzorg'.

 

‘Kijk eens wat mooi.’ Trots wijst Peter Wenting (*) naar de tientallen CD’s en DVD’s die hij heeft opgehangen aan de muur van zijn kleine appartement aan de Overtoom. ‘Wil je koffie?’ Druk pratend en gebarend zet hij die zelf, in de open keuken, met zijn nieuwe Senseo.

 

Het is nauwelijks te geloven dat in deze lange, atletische man van 22 jaar oud het verstand van een 6-jarige schuilt. En dat hij tot voor kort zeer gewelddadig gedrag kon vertonen, waardoor hij voortdurend bewaakt moest worden. Hulpverleners wilden niet meer met hem werken. Nu woont hij zelfstandig in De Kleine Johannes, een wooncomplex voor mensen met een verstandelijke beperking van de Amsterdamse zorginstelling Amsta.


Overschatting

‘Peter komt uit een zeer problematische thuissituatie. In combinatie met zijn verstandelijke beperking zorgde dat ervoor dat hij al heel vroeg in contact kwam met de hulpverlening’, vertelt Mirjam Companjen, gedragswetenschapper bij Amsta. ‘Jarenlang verhuisde hij van instelling naar instelling, maar niemand wist echt goed raad met hem.’

 

Op 13-jarige leeftijd belandde Peter op één van de locaties van Amsta. ‘Omdat hij ook als tiener al erg lang en stevig was, werd hij vaak overvraagd: mensen schatten zijn niveau systematisch te hoog in. Dat gaf veel problemen, zowel op school als in de groep. Hij begreep anderen onvoldoende, en deed dan maar mee. Dat resulteerde onder andere in weglopen, spijbelen en veel agressie ten opzichte van de begeleiding.’

 

Na een verhuizing naar een nieuwe locatie ‘escaleerde dat gedrag volledig’. ‘Hij wilde niet verhuizen, en had al aangekondigd dat hij daar alles kapot ging maken. Daar heeft hij zich aan gehouden. Zo opende hij geen deuren, maar trapte hij ze in.’

 

Na extreme agressie tegen een groepsgenoot belandde Peter in 2007 op de crisisopvang. ‘Vervolgens hebben we besloten om hem niet meer in een groep te begeleiden. Hij is alleen gaan wonen, en kreeg twee beveiligers. Die grepen in bij fysieke dreiging. Zij waren echt nodig voor de veiligheid van Peter en zijn omgeving. In die periode konden we nauwelijks nog begeleiders vinden die bereid waren om met hem te werken. Ze waren bang voor hem.’


Beveiliging afbouwen

Uiteraard was het geen wenselijke situatie om de begeleiding van Peter uitsluitend te laten uitvoeren door beveiligers. De beveiliging moest worden afgebouwd en om dat te realiseren vroeg Amsta een toeslag extreme zorgzwaarte aan. Uiteraard werd de aanvraag schriftelijk onderbouwd met een uitgewerkt plan van aanpak. Er kwam een toetsingscommissie van het CCE langs, bestaande uit de coördinator van het CCE, een gedragswetenschapper en een arts. Bij een deel van het gesprek was ook Peter zelf aanwezig.

 

De toeslag werd in eerste instantie niet verleend, ‘omdat het perspectief onvoldoende was neergezet’. Op advies van het CCE ging Amsta vervolgens te rade bij Wier: een instelling gespecialiseerd in de observatie, diagnostiek en behandeling van mensen met een lichte verstandelijke beperking en complexe problematiek. ‘Wier gaf aan dat we inhoudelijk op de goede weg waren. Peter zat hier op de juiste plek, en had een passend begeleidingsteam.’ Dat begeleidingsteam bestond uit gedragswetenschapper Companjen, teamleider Joyce Olsthoorn en een arts voor verstandelijk gehandicapten. ‘Wij werkten al heel intensief samen met de beveiligers’, vertelt Olsthoorn. ‘Dat was goed, maar we moesten duidelijker aangeven hoe en wanneer we de beveiliging gingen afbouwen, en hoe we gingen zorgen dat er goede begeleiding kwam.’

 

Met die aanvullingen deed Amsta een nieuwe aanvraag en kreeg wel de gevraagde toeslag. Die werd aanvankelijk gebruikt voor de salarissen en de training van de beveiligers. ‘De beveiligers moesten bijvoorbeeld leren hoe ze oplopende spanning konden herkennen, en wat ze dan moesten doen. In dit geval: hem zoveel mogelijk de ruimte geven om weer tot zichzelf te komen en het contact daarna weer te herstellen.’ Zo kon er worden toegewerkt naar een situatie zonder beveiligers. Ook de afbouw van de beveiliging financierde Amsta met de toeslag.

 

Kleerkasten

Peter zelf kan zich ‘die twee kleerkasten’ nog wel herinneren. ‘Vroeger had ik nog wel eens losse handjes. Als ik boos werd grepen ze in. Nu zijn ze niet meer nodig.’ Maar liever praat hij over het heden. Vier werkdagen werkt Peter op een begeleide werkplek in de groenvoorziening. ‘Maaien, snoeien, zagen, noem maar op. In een vaste groep. Dat gaat meestal goed. Maar maandag had ik nog ruzie. Verder is het wel gezellig.’ Op de dinsdagen helpt Peter de huismeester van De Kleine Johannes. ‘Dan gaan we bijvoorbeeld lampen vervangen.’ En in het weekend is er de cliëntensoos. ‘Dan kun je kiezen tussen knutselen, sporten of muziek maken. Ik help bij alle drie. De ene keer met de muziek, de andere keer met knutselen. Helpen knippen, plakken, noem maar op.’ Het wonen op de Overtoom bevalt hem wel. ‘Ik vind het ook leuk om met andere bewoners slap te ouwehoeren. Of een potje te dammen.’

 

En ’s avonds heeft hij één op één begeleiding. ‘Dan gaan we vaak fietsen. Ik ben dol op fietsen. Af en toe gaan we wat drinken buiten de deur. Of een bioscoopje pakken.’ Gevraagd naar welk werk hij in de toekomst wil doen, grapt hij: ‘matrassenuittester’. ‘Slapend je werk doen. Je moet gewoon lol in je werk hebben.’


Autonomie

‘Omdat Peter niet meer in een groep woonde, en het gedrag van zijn beveiligers goed op hem was afgestemd, nam zijn agressie langzamerhand af’, pakt Olsthoorn de draad van het verhaal weer op. ‘Dat maakte het weer makkelijker om begeleiders in te gaan zetten. Na een jaar werd de beveiliging afgebouwd, en werden nieuwe begeleiders aangetrokken en ingewerkt.’ Companjen: ‘We begonnen met een begeleider met een beveiliger ernaast. Dat bouwden we in kleine stapjes af.Na een tijdje zat de beveiliger op kantoor, en kon gebeld worden.’ Tegelijkertijd kreeg Peter steeds meer autonomie. ‘De begeleiders leerden hoe ze hem in kleine stapjes konden leren om bijvoorbeeld boodschappen te doen.’ Zo kreeg Peter steeds meer zeggenschap over zijn eigen leven. ‘Dat was voor ons heel spannend, maar Peter heeft ons geleerd dat hij vrijheid ook aankan.’

 

Tegenwoordig verlegt Peter ook zelf zijn grenzen. ‘Hij gaat bijvoorbeeld af en toe ’s avonds alleen naar feesttenten waar beveiligers werken, die hier met hem gewerkt hebben. Uiteraard is dat dan wel goed afgesproken.’


Meer perspectief

Daarmee heeft Peter een kwaliteit van leven die een paar jaar geleden nog onbereikbaar leek. ‘We kunnen hem bieden wat hij nodig heeft. Zonder de toeslag had hij waarschijnlijk achter slot en grendel gezeten.’ De Toetsingen Extreme Zorgzwaarte hebben daar ook inhoudelijk aan bijgedragen, vindt Companjen. ‘Het sparren met de professionals van Wier was heel waardevol. Omdat het bevestigde dat we op de goede weg waren, én omdat het ons dwong om verder te denken. Het heeft ons gestimuleerd om de beveiliging betrekkelijk snel af te bouwen. Daarbij was het ook belangrijk, dat we die beslissing samen met de toetsingscommissie extreme zorgzwaarte konden nemen. Zo kregen wij, en vooral Peter, meer perspectief.’

 

En dat brengt lagere kosten met zich mee. ‘Binnenkort vragen we weer een toeslag aan. Maar omdat de beveiliging en begeleiding sterk zijn afgebouwd, gaat het om veel minder geld.’

 

(*) Peter Wenting is een pseudoniem

 

Tekst: Adri Bolt

Dit artikel verscheen eerder in bewerkte vorm in Klik, maandblad voor de verstandelijk gehandicaptenzorg (oktober 2011)