'Regelmatig vreemde ogen laten meekijken'

Anne-Marie SchramHet CCE over de vloer

 

Een grote GGZ-instelling spart regelmatig met het CCE. En dat levert heel wat op, vinden een psychiater en een maatschappelijk werker. ‘Mensen op de werkvloer vinden het tegenwoordig prettig als het CCE wordt ingeschakeld.’

 

‘Ik roep het CCE er regelmatig bij’, vertel Annemarie Schram. Zij is psychiater, en Directeur Zorg van de Resultaatverantwoordelijke Zorgeenheid Veluwe & Veluwevallei van GGZ Centraal. ‘Met name in de langdurige psychiatrie is het zinvol om vreemde ogen mee te laten kijken, om na te gaan of er toch nog mogelijkheden zijn. Het is gewoon goed als een externe deskundige meedenkt over de vraag of je nog wat over het hoofd ziet.’

 

Een breed onderzoek maakt altijd deel uit van zo'n consult door het CCE. ‘Op basis daarvan adviseert het CCE de teams over interventies, over begeleidingsstrategieën, en vooral over de vraag wat mogelijk is bij een cliënt, en wat niet.’

 

De winst van een consult kan ook zijn, dat het ingezette beleid bevestigd wordt. ‘Dat gebeurde bijvoorbeeld bij een psychotische en verslavingsgevoelige cliënte die we een strakke dagindeling oplegden, omdat ze zeer snel overprikkeld raakte. Zo’n regime is bewerkelijk, en je zou het ook als beperkend voor de cliënte kunnen zien. Dus is het belangrijk dat bevestigd wordt dat dit inderdaad de strategie is waarmee je verder komt.’

 

Gert HofsinkSepareer

Ook Gert Hofsink, maatschappelijk werker in de Sector Herstel bij GGZ Centraal, locatie landgoed Veldwijk, werkt graag samen met het CCE. ‘Meestal doe ik de aanmeldingen bij het CCE voor de cliënten die langdurige zorg nodig hebben in “mijn” eenheden. Ik maak deel uit van het multidisciplinaire behandelteam. Wanneer het niet gaat zoals we zouden willen, is één van de standaardopties om advies te vragen bij het CCE.’

 

Dat gebeurt met name, wanneer de behandeling ‘vast zit’. ‘Dan is er vaak sprake van een continue strijd, terwijl je het idee hebt dat je alles al geprobeerd hebt.’ Ook bij agressief gedrag wordt het CCE er regelmatig bij geroepen. ‘We willen voorkomen dat mensen langdurig in de separeer belanden.’ En een laatste belangrijke reden om advies te vragen is ‘uitputting van het team’. ‘Uiteraard gaan die drie regelmatig op verschillende manieren samen. Zo hebben we onlangs iemand aangemeld bij het CCE die heel veel aandacht van het team vraagt, veel onrust veroorzaakt en zich ook nog agressief opstelt, waardoor de drie verpleegkundigen wel driekwart van hun tijd aan die persoon moeten besteden.’

 

Frisse blik

De winst van een CCE-consultatie is volgens Hofsink deels, dat ‘een deskundige met een frisse blik het hele dossier doorspit, en opnieuw met alle betrokkenen gaat praten’. Dat levert vaak een nieuwe blik op de casus op. ‘De mensen die al met de cliënt werkten, zijn geneigd om op hun eigen ervaringen te drijven, en op wat er in het verleden op de afdeling is gebeurd. Blijkbaar beginnen we dan toch niet echt helemaal bij het begin.

 

Zo hebben we een cliënte, erg psychotisch, erg verslavingsgevoelig, die altijd onder begeleiding naar buiten moet. Iedereen gunde haar de vrijheid om eindelijk weer eens zelfstandig naar buiten te gaan, maar elke keer ging dat weer fout en ging ze toch weer drinken of gebruiken. Daarom hebben we het CCE ingeschakeld, dat de zaak heel zorgvuldig bekeken heeft, en tot de conclusie kwam: “deze mevrouw kan het voorlopig niet aan om alleen de deur uit te gaan, ze heeft begeleiding nodig”. Dat was heel hard, en we wilden het vooral niet horen, maar het was zo goed onderbouwd dat we eindelijk weten waar we aan toe zijn. In elk geval voor de komende jaren.’

 

Afwerende houding

Het CCE ging zich een jaar of tien geleden sterker richten op de GGZ. Vanaf die periode ging ook GGZ Centraal meer met het CCE samenwerken. Hofsink: ‘In het begin merkte ik een wat afwerende houding binnen de teams. Teamleden hadden het gevoel dat getwijfeld werd aan hun professionele deskundigheid, wanneer het CCE werd ingeschakeld. Maar nu de mensen het CCE beter kennen, een aantal trajecten doorlopen hebben met consulenten, merken ze dat het echt wat oplevert. En dat het CCE hen respecteert in hun deskundigheid. Tegenwoordig vinden mensen op de werkvloer het juist prettig als het CCE bij een moeilijke casus wordt ingeschakeld.’

 

Binnen de drie klinische afdelingen waar Hofsink werkt, met in totaal zo’n 80 cliënten, worden tegenwoordig jaarlijks ongeveer twee casussen aan het CCE voorgelegd.

 

Regelmatig meekijken

En dat is helemaal zoals psychiater Annemarie Schram het graag ziet. ‘We willen dat er minimaal een keer per twee jaar iemand van buiten meekijkt,  wanneer wij een patiënt langdurig beperken in zijn vrijheden. En wanneer een situatie uit de hand loopt, en je vergaande dwangmaatregelen nodig hebt, is het ook heel goed als er iemand van buiten meedenkt, en adviseert over verbetermogelijkheden.’

 

Collega’s uit dezelfde instelling kunnen natuurlijk ook een ‘second opinion’ geven. Toch geeft Schram vaak de voorkeur aan het CCE. ‘Je kunt als professional, maar ook als instelling bepaalde blinde vlekken hebben. Daarom is het belangrijk om vreemde ogen mee te laten kijken. Daarnaast heeft het CCE een veel breder scala aan professionals beschikbaar.’ 

 

Verstandelijke vermogens

Dat laatste is ook belangrijk omdat cliënten in de langdurige psychiatrie regelmatig beperktere verstandelijke vermogens en een lager sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau blijken te hebben dan bij opname het geval leek te zijn. ‘Dat maakt dan vaak een belangrijk deel van hun problematiek uit. Het CCE zet in die gevallen mensen in met een orthopedagogische achtergrond, die vaak uit de verstandelijke gehandicaptenzorg komen. Zij kunnen ons hele wezenlijke inzichten geven.

 

Zo bleek na zo’n onderzoek dat een oudere cliënte het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau van een tweejarige had. Die consulent gaf ons ook heel concrete handreikingen over de omgang met deze cliënte. Dat was belangrijk, want dit is toch werk waar wij in de psychiatrie minder goed mee bekend zijn. In de psychiatrie wil je mensen helpen zich te ontwikkelen, maar dat zat er bij haar gewoon niet in. Vanuit de erkenning van zo’n gegeven kun je de situatie optimaliseren. Dat is in ieders belang.’ 


Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine GGZ - Expertise op maat (2015)