Zoeken naar oplossing op maat

Icko heeft een belaste voorgeschiedenis: hij is verwaarloosd door zijn zwakbegaafde en verslaafde moeder en op zijn vijfde jaar uit huis geplaatst. Na een aantal omzwervingen komt hij met zes jaar in een stabiel pleeggezin. Daar gaat het aanvankelijk goed. Icko loopt echter vast bij diverse scholen (regulier en speciaal onderwijs) vanwege zijn agressieve en impulsieve gedrag.

 

Uiteindelijk komt hij helemaal thuis te zitten. Ondanks de inzet van extra ondersteuning thuis via een PGB, loopt het daar dan ook vast. Icko wordt tweemaal in crisis opgenomen in de jeugd-GGZ. Bij de opnames worden de diagnoses ASS en ADHD gesteld en constateert men dat Icko niet kan functioneren in een groep met leeftijdsgenoten. Ook wordt bekend dat Icko diabetes heeft. Er komt ondersteuning thuis vanuit een jeugd FACT-team. Desondanks geven pleegouders aan dat zij het niet veel langer meer kunnen volhouden. Pleegouders en voogd vragen het CCE mee te denken over wat Icko (op dat moment 16 jaar) nodig heeft en hoe een goede plek voor hem er uit zou moeten zien.

 

Maatwerk oplossing

Het CCE verzamelt informatie (via gesprekken, lezen van dossiergegevens, observaties) en maakt een begeleidingsprofiel, met advies voor de begeleiding, behandeling en bejegening die Icko nodig heeft. Wat nodig is, is niet kant-en-klaar in het bestaande zorgaanbod beschikbaar. Een orthopedagogisch behandelcentrum wil er met ondersteuning van het CCE wel aan gaan staan om maatwerk te realiseren. Dat blijkt in de praktijk erg moeilijk. Vanaf het begin is bijvoorbeeld duidelijk dat deze plaatsing slechts tijdelijk kan zijn, terwijl Icko eigenlijk ergens zou moeten kunnen blijven totdat hij zelf toe is aan een volgende stap, ook als dat nog jaren zou duren – en dat is wel de verwachting.

 

Het blijkt ook erg moeilijk om binnen het groepsgerichte programma waarmee men gewoon is te werken, speciale arrangementen of afspraken voor Icko te realiseren. Net als destijds binnen de scholen waar Icko vastliep, kan men binnen het groepsprogramma en de groepsregels niet makkelijk differentiëren naar individuele behoeften van kinderen.

Het CCE ondersteunt begeleiders daarbij en probeert de leidinggevende en gedragswetenschapper in positie te brengen om die ondersteuning steeds meer zelf voor haar rekening te nemen. Dat laatste lukt niet goed: er is veel verloop en onvrede in het team naar management en staf.

 

Overplaatsing

De rol en positie van de leidinggevende en behandelaar blijven binnen de organisatie als geheel erg diffuus. Er worden noodoplossingen bedacht door de instelling (Icko wordt intern overgeplaatst), die de situatie niet verbeteren. Pleegouders dienen een klacht in. Uiteindelijk vindt er een heftig agressie-incident plaats en wordt Icko vrij acuut overgeplaatst naar een JeugdzorgPlus instelling. Deze instelling geeft aan geen behoefte te hebben aan advisering/ondersteuning door het CCE.

 

Opnieuw aangemeld

Icko wordt nu bijna 18 en de vraag rijst waar hij naar toe moet na zijn verjaardag. Zijn voogd (inmiddels de zesde) heeft stad en land afgebeld, maar niemand kan of wil Icko plaatsen en al helemaal niet op korte termijn. Er spelen ook problemen rond de indicatie: een WLZ-indicatie wordt naar verwachting niet afgegeven, terwijl Icko waarschijnlijk wel aangewezen zal zijn op langdurige zorg. De voogd meldt opnieuw aan bij het CCE om mee te denken over het perspectief.