Eetstoornissen

Soms komen mensen met een eetstoornis in een schijnbaar uitzichtloze situatie terecht. Vaak spelen er dan ook andere aandoeningen, in combinatie met ernstig probleemgedrag. Voor mensen met anorexia en boulimia nervosa en bijkomende aandoeningen werken wij samen met de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen (NAE).

 

In 2013 is het CCE een expertiseproject Anorexia en ASS gestart. De projectgroep heeft een aantal dossiers geanalyseerd. Daarvoor is onder andere het model gebruikt dat eerder in het expertiseproject 'Somatische verklaringen voor probleemgedrag' is ontwikkeld. Gegevens uit het papieren en digitale dossier vulden dat aan. In 2014 zijn de bevindingen gepresenteerd op een Expertmeeting. Hier deden betrokken consulenten en coördinatoren uit deze casussen en deskundigen van de NAE aan mee.

 

Kenmerken

In deze casussen gaat het overwegend om vrouwelijke cliënten met een normale of hoogbegaafde intelligentie. De sociaal-emotionele ontwikkeling is vaak laag (tussen de 2 en 10 jaar). De diagnose ASS is pas relatief laat gesteld en heeft in de hulpverlening nooit een prominente plaats gehad. Er is vaak sprake van co-morbiditeit en probleemgedrag.

 

Het CCE heeft in de consultaties aanvullende diagnostiek gedaan op het gebied van ASS, SEO en Sensorische Integratie. Overschatting van de sociaal-emotionele mogelijkheden en een begeleidingsstijl die niet of minder aansluit bij de ASS zijn de belangrijke oorzaken voor onnodige stress bij cliënten.

 

Bij deze doelgroep is het belangrijk om:

 

  • bij de begeleiding te kijken 'door de bril van de autist';
  • meer oog te hebben voor problemen in de sociale dynamiek met andere cliënten;
  • begeleiding beter te laten aansluiten bij de sociaal-emotionele ontwikkeling;
  • het accent minder te leggen op de eetproblematiek maar meer op de organisatie van het gewone leven.

 

Verder is van belang dat:

 

  • Hierbij intensieve ambulante ondersteuning nodig is (cliënt leren het 'leven te leiden');
  • er meer aandacht nodig is voor systeemfactoren;
  • afstemming tussen hulpverleners en ouders van essentieel belang is;
  • er grote behoefte is aan het creëren van specifieke woonvormen voor deze doelgroep;
  • deskundigheidsbevordering op het gebied van ASS noodzakelijk is.
Naar overzicht