Houvast voor Anke

Anke is een meisje van zes jaar met een lichte verstandelijke beperking als ze wordt aangemeld bij het CCE. Zij is na twee eerdere mislukte vormen van hulpverlening nu opgenomen in een kliniek voor kinderen met een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek. Haar gedrag wordt als weigerachtig, provocerend en agressief ervaren, maar soms zien ze juist ook een heel braaf en volgzaam meisje. De behandelaren en haar begeleiders kunnen niet verklaren waarom haar gedrag zo grillig is en ze krijgen niet duidelijk hoe ze daarmee kunnen omgaan.

De vraag aan het CCE is te adviseren over de beeldvorming en de gewenste begeleiding, nu in de kliniek en mogelijk thuis.

 

Beeldvorming

De consulent van het CCE bestudeert het dossier. Ankes verstandelijke beperking wordt hierin wisselend licht en matig genoemd. Er wordt een psychische stoornis vermoed, maar die wordt niet nader aangeduid. Ook wordt gedacht aan ASS en ADHD.
De consulent observeert Anke in de groep en op het schooltje. Er wordt een vrolijk, spontaan en meegaand meisje gezien die op andere momenten  tegendraads, agressief en claimend gedrag laat zien. Ze zoekt grenzen op en lijkt uit te zijn op strijd. Anke wordt binnen de kliniek individueel begeleid binnen een duidelijk en voorspelbaar activiteitenprogramma. Haar begeleiders geven eenvoudige opdrachten in eenvoudige taal. Ze zijn erop bedacht dat overvraging probleemgedrag kan oproepen. Er is in de groepen en in de klas een kindgerichte sfeer en grote betrokkenheid. Anke krijgt positieve bevestiging en aandacht. Uit onderzoek blijkt dat haar ontwikkelingsleeftijd nog geen 2½ jaar is. Haar niveau van functioneren is zeer disharmonisch. Van taal lijkt zij niet veel te begrijpen.

 

Beschouwingen van de consulent

Anke begrijpt heel veel niet, maar kan zich ‘streetwise’ gedragen. Zij heeft veel sturing en samen doen nodig; ze heeft vaak geen idee wat de bedoeling is. Ze leert regels, maar kan die niet in een andere situatie toepassen. Ze kijkt bij de andere kinderen af wat er blijkbaar verwacht wordt of gedaan moet worden, maar heeft geen inzicht in de context. Ze heeft een goed geheugen voor concrete informatie, maar kan niets met sociaal verkeer en ziet geen verbanden die gebeurtenissen logisch en coherent maken. Als ze het niet weet, valt ze stil of wordt ze boos. Ze kan haar ongenoegen niet adequaat uiten en grijpt dan naar provocerend gedrag om iets in beweging te zetten.

 

De wereld is voor Anke vaak onbegrijpelijk en onveilig.
Wanneer te veel van haar wordt gevraagd op het gebied van begrijpen of zich redelijk gedragen, reageert ze dwars - wat een normale manier van coping is bij een gestrest meisje met een zwakke emotieregulatie. Daarbij wil ze niet bewust vervelend doen, maar zoekt ze naar duidelijkheid. Het lijkt alsof ze grenzen opzoekt, maar ze is uit op houvast. Die houvast moet de ander haar bieden door aansturing, voorstructurering, ondertiteling. Ze peilt haar opvoeders voortdurend of ze haar die vastigheid kunnen geven. Wanneer ze onzekerheid of twijfel voelt bij de volwassene, maakt dat haar onrustig. Ze reageert veel beter op een instructie dan op een verzoek of open vraag.

 

Advies over begeleiding

Wat Anke van haar opvoeders nodig heeft, is niet alleen sensitiviteit voor haar werkelijke mogelijkheden en behoeften, maar ook een zelfzekere houding en geloof dat wat zij van haar vragen, ook gaat gebeuren. Anke moet kunnen ankeren bij iemand die haar door de dag leidt met vertrouwen in zichzelf en in haar.

Het is belangrijk dat er een klimaat wordt gecreëerd waarin Anke houvast vindt door een consistente omgang en communicatiestijl.

Het is raadzaam haar beeld (verstoorde informatieverwerking door ASS, niveau van functioneren en communiceren) te herijken en een op dit bijgestelde beeld gebaseerde orthopedagogische begeleidingsstijl te omschrijven. Begeleiders, leerkrachten en ouders zouden hierop coaching moeten krijgen.