Meerzorg 2.0: focus op meer kwaliteit van zorg

Meerzorg levert een belangrijke bijdrage aan goede zorg voor cliënten met ernstig probleemgedrag voor wie de reguliere bekostiging onvoldoende is. Het CCE ziet echter kansen voor meer kwaliteit van zorg voor hetzelfde geld. Daarom heeft het CCE dit najaar samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en in overleg met het ministerie van VWS het initiatief genomen om een andere aanpak van de advisering over meerzorg te ontwikkelen: Meerzorg 2.0.

 

Focus op betere uitkomsten voor de cliënt

Die andere aanpak komt tot stand via een reeks proeftuinen waarin zorgaanbieders, zorgkantoren en het CCE nauw met elkaar samenwerken. Ook cliëntvertegenwoordigers of -organisaties worden hierbij betrokken. In de huidige meerzorg praktijk ligt de focus  op het ‘labelen’ van cliënten om zo de benodigde extra middelen te verwerven. In de proeftuinen wordt het accent verlegd  naar betere uitkomsten voor de cliënt. Essentieel is het gesprek tussen professionals en de focus op ontwikkeling en perspectief voor de cliënt. In de proeftuinen wordt daar meer ruimte voor gemaakt. Het CCE faciliteert dat gesprek als gesprekspartner en adviseur. Zorgaanbieders en zorgkantoren maken onderling afspraken over de besteding van de meerzorg-middelen. Dat vraagt dus een andere rolinvulling van betrokken partijen, en een gezamenlijk commitment aan continue verbetering van kwaliteit. Verwachting is dat zo met dezelfde middelen en inzet betere resultaten geboekt kunnen worden. Welkome ‘bijvangst’ kan zijn dat ook de regeldruk afneemt.

 

Monitoren, meten en verbeteren

Het realiseren van betere uitkomsten voor de cliënt vraagt tijd. In de tussentijd is het van belang om de kwaliteit van de samenwerking en de focus op ontwikkeling te bewaken. Immers: het proces is hier bepalend voor de uitkomsten. De evaluatie van de proeftuinen betreft dan ook in eerste instantie de samenwerking en ‘de focus’ en pas in tweede instantie de uitkomsten.

 

Daarbij is het van belang te noteren dat het onderling vergelijken van uitkomsten geen haalbare kaart is. Het aantal variabelen (in de wisselwerking tussen de cliënt en zijn context) dat bepalend is voor het resultaat is daarvoor te groot, de groep te divers. Bovendien gaat het vaak om moeilijk te classificeren zaken. Wat wel kan is het formuleren van verbeterdoelen en meten of die ook worden behaald. In goed overleg worden per proeftuin verbeterplannen opgesteld. Behaalde resultaten en onderliggende ‘good practices’ worden vervolgens landelijk gedeeld met zorgprofessionals en zorgkantoren.  In het periodiek overleg tussen VWS, ZN, VGN en CCE wordt de ontwikkeling van de proeftuinen gemonitord en worden afspraken gemaakt over de wijze van evalueren.

 

Risico’s en kansen

Waarom al die extra  aandacht voor deze groep cliënten?

 

Voor het overgrote deel van de cliënten met een meerzorg-toeslag geldt dat er sprake is van ernstige en hardnekkige vormen van probleemgedrag. Probleemgedrag is geen cliëntkenmerk maar het resultaat van een negatieve wisselwerking tussen de (kwetsbare) cliënt en zijn (sociale, fysieke en organisatorische) omgeving. Ervaring leert dat die wisselwerking – door een incident of gaandeweg – kan verslechteren en er een spiraal naar beneden ontstaat. In die zin is er sprake van een risicogroep. Door hier met elkaar goed op te anticiperen  kan het patroon van reageren en achter de feiten aanlopen worden doorbroken of – beter nog – worden voorkomen. Er is niet alleen sprake van risico’s, maar ook van kansen. Het komt voor dat een – soms met pijn en moeite verworven – evenwicht rond een specifieke cliënt leidt tot een ‘bevroren’ situatie waarin het beheersbaar houden op de voorgrond komt te staan. De meerzorg-toetsingen zijn in het verleden vaak aanleiding geweest om met de cliënt alsnog (of opnieuw) een ontwikkeltraject in te gaan en betekenisvolle voortgang te boeken. Dat willen we met een meer dynamische benadering verder uitbouwen.

 

De meerzorg regeling is kostbaar, maar waardevol. We verwachten dat een meer dynamische benadering bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van deze regeling.


Naar overzicht