Kinder- en jeugdpsychiatrie naar gemeentes

Arien StormZorg ‘op maat’ beter mogelijk met lager budget?

 

De context van de kinder- en jeugdpsychiatrie veranderde sterk, per januari 2015. De gemeentes werden verantwoordelijk voor de financiering, en tegelijkertijd werd er fors gesneden in het budget. Hoe zorg je voor kind- en jeugdpsychiatrie ‘op maat’ met alle veranderingen?

 

‘De gemeentes zijn nu de opdrachtgevers van alle bij het kind betrokken instellingen, waaronder de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daar gaat een prikkel van uit om beter op elkaar afgestemde zorg te geven in de directe woonomgeving, en dat is positief’, vindt Arien Storm. Zij is kinderpsychiater en directeur Behandelzaken bij Accare, een grote instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. ‘Het is goed dat de verschillende hulpverleningsorganisaties zo gestimuleerd worden om samen te werken. Zo werkt Accare nauwer samen met andere GGZ-instellingen, en met de verslavingszorg en de instellingen voor licht verstandelijk gehandicapten. Dat heeft een meerwaarde voor de cliënten.’

 

Wijkteams

Positief aan de nieuwe situatie is verder, dat die specialisten mogelijk in een eerder stadium advies zullen geven. ‘Gemeenten kunnen ervoor kiezen om consulten bij instellingen ook te betalen als er geen diagnose is. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat aan instellingen gevraagd wordt advies te geven aan ouders en school, wanneer een kind heel erg druk is. Daarvoor hoeft er geen diagnose ADHD meer te zijn, en dat vroege ingrijpen kan mogelijk voorkomen dat het kind wordt opgenomen.’

 

Maar dan moet er wel tijdig aan de bel getrokken worden. Dat moeten de ‘wijkteams’ doen, die vrijwel alle gemeenten hebben opgericht om de eerste zorgvragen en de mildere zorgvragen te beantwoorden. ‘Wanneer dat gebeurt, en de wijkteams ook verder de zorg goed coördineren, zie ik beslist mogelijkheden om die zorg dichter bij huis te houden.’

 

Scholing

Er zitten wel diverse adders onder het gras. ‘De gemeente moet het budget voor psychiatrische zorg aan een kind of jongere goedkeuren. Dat betekent dat de gemeente eisen aan die zorg stelt, en de hele jeugdzorg zelf inricht. Gemeenten moeten een nieuwe taak op zich nemen, waarmee zij geen ervaring hebben.’

 

Daarbij krijgen de gemeenten veel minder geld dan voorheen beschikbaar was voor deze zorg. Bijna alle gemeenten willen bezuinigen door minder vaak een beroep te doen op dure, gespecialiseerde zorg. ‘Daar moeten de wijkteams voor zorgen. Het snel beantwoorden van die eerste en milde zorgvragen moet de vraag naar dure specialistische zorg verminderen.’

 

In het wijkteam zitten bijvoorbeeld een verpleegkundige uit de jeugd-GGZ, een maatschappelijk werker en een jeugdhulpverlener. Medewerkers zijn vaak geschoold in opvoedingsadviezen. En ze zouden in staat moeten zijn om tijdig en correct door te verwijzen naar specialistische hulp. ‘Scholing in dat doorverwijzen is heel belangrijk, wij krijgen veel vragen van gemeenten om die te verzorgen. Dat doen we graag, maar het is moeilijk werk. Bij ons een taak van heel ervaren mensen.’

 

Onzekerheid

Dus bestaat er een risico dat wijkteams dat onvoldoende onder de knie hebben, en te laat doorverwijzen. En zouden er teveel bureaucratische drempels kunnen ontstaan, bijvoorbeeld doordat gemeenten te ingewikkelde eisen stellen aan doorverwijzing naar specialistische zorg. ‘Dat kan ook leiden tot onzekerheid bij de cliënten en hun ouders. Kom ik nu wel of niet voor hulp in aanmerking? En voor welke hulp precies?’ Een ander risico is dat gemeenten te kort door de bocht gaan, en mensen ten onrechte hun zorg kwijtraken, al mag dat niet. ‘Wanneer je per 1 januari bepaalde zorg kreeg heb je het recht daarop gewoon gehouden.’

 

Verder krijgen mensen mogelijk wat vaker geen zorg. Of krijgen ze misschien niet de zorg die ze verwachten.

 

Adviseren

Ook de gevolgen voor de professionals uit de kinder- en jeugdpsychiatrie zijn waarschijnlijk groot. ‘Ik verwacht dat het karakter van het werk deels zal veranderen. Al kan ik dat nu nog niet met zekerheid zeggen. Onze professionals zullen vaker buiten de deur werken, bijvoorbeeld bij die adviezen aan scholen. Ze worden mogelijk meer een lokaal aanspreekpunt van de organisatie.’ Daarbij moeten de zorgprofessionals leren om sneller en korter te behandelen, en om ‘soms dingen te laten liggen’.

 

De organisaties krijgen te maken met veel meer, en sterker wisselende opdrachtgevers. ‘Gemeenten die hun jeugdzorg, inclusief computersystemen, allemaal net een beetje anders inrichten.’

 

De GGZ was al 18 procent van zijn tijd kwijt aan het verantwoorden van het werk. ‘Hopelijk wordt dat niet heel veel meer. Stel dat gemeenten de instellingen met wantrouwen tegemoet treden, en veel regels opstellen, dan werkt dat ook ten nadele van de cliënten.’

 

Huisartsen

Onzeker is verder, wat de huisartsen doen. ‘Zij zijn en blijven voor veel mensen het eerste aanspreekpunt. Zij kunnen nog steeds rechtstreeks doorverwijzen naar de gespecialiseerde instellingen. Wanneer ze dat op grote schaal doen, en de gemeenten de financiering beperken, kunnen er wachtlijsten ontstaan. Maar huisartsen kunnen ook doorverwijzen naar de wijkteams.’

 

Ondanks de vele onzekerheden blijft Storm positief. ‘Het is belangrijk dat de wijkteams op tijd met consultvragen naar de specialistische instellingen gaan. En dat de gespecialiseerde instellingen zo beter leren welke gevallen ze wel naar zich toe moeten trekken, en waar ze afstand kunnen houden. Dat ze dus deels meer coachend werken. Daarbij is de onderlinge samenwerking essentieel.’

 

Wanneer dat goed gaat kan met name de complexe zorg heel wat winnen. ‘Want ik vind dat daar nog steeds te snel kinderen uit huis worden gehaald, of langdurig worden opgenomen. Ik hoop vooral dat het lukt om kinderen langer thuis te laten wonen. Daar ga ik als professional echt voor, daar haal ik mijn energie uit.’

 

============================================================= 

 

Een nieuwe rol voor het CCE

Het CCE moet zich ook bij de gemeenten goed positioneren als adviesorgaan voor vastgelopen problematiek. Daarbij is het belangrijk dat het op de regionale situatie inspeelt. Arien Storm: ‘Het is voor een landelijke instelling als het CCE best lastig om de juiste consulenten te vinden, mensen die de lokale situatie zo goed kennen dat ze daar creatief gebruik van kunnen maken. Toch zal dat moeten. Alleen al voor het vinden van de financiering, want aan elke maatregel hangt een budget. Ik denk dat het CCE al bij het aanvaarden van de consultatie-opdracht alert op moet zijn op die lokale situatie.  Dat zal ook eerder leiden tot lokale oplossingen, en daar ben ik weer enthousiast over.’

 

Dit artikel verscheen eerder in het CCE Magazine GGZ - Expertise op maat